MAXWELL DAVIES
 

MAXWELL DAVIES, PETER (1934 -    ): MEER DAN PASTICHES

 

 

 

Nadat de Engelse pastorale traditie op sterven na dood was en het serialisme ook vrijwel verleden tijd was, kon Peter Maxwell Davies een nieuwe, frisse inspiratiebron vinden in het teruggrijpen op stijlen en citaten uit het verdere verleden. Maar als hij al citaten gebruikt, dan gebeurt dat niet zonder meer in de vorm van pastiches, maar op heel persoonlijke wijze. Het stilistische aspect is daarbij niet zo dominant. Hij ziet zichzelf als een componist die ‘verscheurd is door de fundamentele kwestie van goed en kwaad’. Hij schrijft bij voorkeur vanuit de moderne huidige wereld met een terugblik op verschrikkingen uit het verleden onder het motto ‘dat zou niet meer kunnen gebeuren’.

 

Hij werd geboren in Manchester, studeerde aan het Royal Northern college of music bij Harrison Birtwistle, John Ogdon en Alexander Goehr en werd al gauw geassocieerd met de ‘Manchester Group’ die de serialistische avant-garde was toegedaan. Maar tegelijkertijd ontwikkelde hij een liefde voor Middeleeuwse muziek – niet alleen ter wille van de ritmische middelen, maar ook ter wille van het besef van de verdoemenis. Het stempel van deze hang naar de Middeleeuwen is speurbaar in bijna alle latere werken van de componist.

 

In 1957 won Maxwell Davies een studiebeurs om in Rome compositie te gaan studeren en hij won twee jaar later met zijn orkestwerk Prolations de Olivetti prijs. Hij keerde naar Engeland terug en aanvaardde en functie als muzikaal directeur van de Stierenmester gamma school, aanvankelijk alleen om voorzien te zijn van een vaste bron van inkomsten. Die ervaring kwam hem ten nutte en maakte zijn muziek helderder en eenvoudiger. Zijn genoegen om muziek voor jongeren te schrijven, blijkt duidelijk uit de carol sonates O magnum mysterium (1960) en bleef een belangrijk bestanddeel van zijn werk.

 

Een andere vroege compositie is de Sinfonia (1962), geïnspireerd door Monteverdi’s Vespers uit 1610. Extraverter is de veel latere Sinfonia concertante (1982) voor  strijkers plus solo blaaskwintet en slagwerk. Een virtuoos stuk met niet zozeer een neoklassiek als wel een romantisch karakter.

 

Zijn fascinatie voor leven en werk van John Taverner leverde twee orkestfantasieën op en (de eerste duurt liefst veertig minuten en bestaat uit 13 deeltjes) de opera Taverner (1962/70) en andere werken op basis van eenstemmigheid op. Zijn methodes vertonen daarbij grote verwantschap met die welke werden toegepast in de ‘parodie’ missen uit de vijftiende en zestiende eeuw waarin het materiaal van de ene compositie wordt gebruikt in een andere, nieuwe. Maar het ging ook om parodieën in de moderne betekenis van het woord: de parodie als kritiek. Zo is zijn St. Thomas wake een ‘foxtrot voor orkest’, gebaseerd op een pavane van John Bull.

 

Na een periode in Princeton, waar hij onder meer de Seven In nomini schreef in 1963/5 en aan de universiteit van Adelaide keerde Maxwell Davies in 1968 keerde Maxwell Davies terug naar Engeland en stichtte samen met Birtwistle de Pierrot players, die later werden omgedoopt in Fires of London. De meeste muziek van hem werd voor dat ensemble geschreven. Bijvoorbeeld Antechrist (1967) voor piccolo, basklarinet, viool, cello en slagwerk, een langer, vergelijkbaar werk als L’homme armé (1968), het inderdaad doorniger From stone to thorn (1971) en Eight songs for a mad king (1969), een van zijn verschillende stukken voor muziektheater waarin de uitersten van waan en hysterie aan de orde worden gesteld.

 

In de kamermuziek die hij voor dit ensemble schreef, verfijnde hij zijn aan de Middeleeuwse muziek ontleende ritmische complicaties terwijl hij de klank van sommige instrumenten met een nieuwe scherpte liet sprankelen. Maar er zijn ook de gemenere klanken van vals gestemde instrumenten die blijk geven van ’s componisten fascinatie voor ‘absurde muziek’. Ware kamermuziek zijn natuurlijk de tenminste vier strijkkwartetten met als bijnaam Naxos kwartetten (meteen opgenomen op dat label) uit de periode na 2002. Uit datzelfde jaar dateert de Mass voor het Westminster kathedraal koor met orgelbegeleiding. De Missa parvula, ook uit 2002, is daarentegen een kleinschaliger werk voor jongenskoor.

 

Maar terug naar een verder verleden. Aan Worldes blis (1969, de titel is ontleend aan een dertiende eeuws gezang ‘worldes blis lasts no time at all’) werkte de componist drie jaar. Een werk met een granieten structuur dat zich vanuit een sereen begin met toenemende spanningen ontwikkelt tot een explosieve slotclimax.

 

In 1971 verhuisde hij naar Orkney. De klanken, landschappen, literatuur en historie van dat eiland hebben heel wat werken van hem geïnspireerd. Ook de eerste en tweede symfonie uit respectievelijk 1976 en 1980. Zijn religieuze gedachten kregen een mystieker aanzien. Een goed voorbeeld daarvan is de Hymn to St. Magnus (1972) een kernachtig ruim een half uur durend werk met de tot slot steeds herhaalde bede ‘pray for us’ (in het Latijn) dat is gebaseerd op een twaalfde eeuwse psalm van de Orcadische heilige die in 1137 als martelaar stierf. Van cruciale invloed was ook de plaatselijke auteur George Mackay Brown wiens tekst Maxwell Davies gebruikte voor zijn St. Magnus (handelend in een concentratiekamp) en Black Pentecost (1979). Hier gaat het om een polemisch bedoelde vierdelige symfonie met stemmen. De titel is ontleend aan Browns gedicht Dark angels (‘Now, cold angels, keep the valley from the bedlam and cinders of a Black Pentecost’) en de tekst is uit zijn novelle Greenvoe die speelt op het denkbeeldige eiland Hellya wanneer dat slachtoffer wordt van commerciële exploitatie. Op Orkney zelf dreigde men destijds uranium mijnen te gaan exploreren. Dreiging genoeg voor aantasting van het milieu en de vernietiging van het landschap. Het werk werd besteld door het Londens symfonie orkest dat het echter weigerde uit te voeren. Het hier getoonde fatalisme heeft in de verte iets weg van Mahlers Lied von der Erde.

 

Op verzoek van de Deense choreograaf Flemming Flindt ontstond in 1978 het ballet Salome over de gevangenname en slavernij van Johannes de doper en de machtsgreep van Herodes: heftige muziek met een sinistere ondertoon.

 

Maxwell Davies’ recentere werk is milder, toegankelijker; hij is erin geslaagd een harmonische taal te ontwikkelen binnen een niet-tonaal idioom. Hoogtepunten vloeiden voort uit een vruchtbare samenwerking met het Schots kamerorkest in een reeks van tien concerten en twee behoorlijk lange opera’s: The doctor of Myddfai en Mr. Emmett takes a walk.

 

De vijfde symfonie (1994) is een imposant eendelig werk dat sterk herinnert aan Sibelius’ zevende symfonie. De toon is streng, afstandelijk en herinnert aan het werk van een andere Finse tijdgenoot: Rautavaara.

 

De Antarctic symphony is een opdrachtwerk van de British antarctic survey en werd in 2001 door het Philharmonia orkest voor het eerst uitgevoerd. Het is wel weer een compromisloos, onherbergzaam werk zoals de titel al suggereert, maar de inspanning van het grondig beluisteren waard. Ongetwijfeld behoort Maxwell Davies tot de interessantste en uitdagendste theatercomponisten van nu.

 

Heel veel van Maxwell Davies’ werken zijn onder zijn eigen leiding op het cd label Collins opgenomen. Dat label is helaas opgeheven, maar deel van die opnamen is nog wel in omloop en omdat de componist zelf de rechten van dat materiaal bezit, herverschijnt heel veel bij Regis. Ook Unicorn heeft veel te bieden.

 

 

 

Selectieve discografie

 

Sinfonia; Sinfonia concertante. Schots kamerorkest o.l.v. Peter Maxwell Davies. Regis RRC 1148.

 

Symfonie nr. 5; Chat moss; Cross lane fair; 5 Klee pictures. BBC filharmonisch orkest o.l.v. Peter Maxwell Davies. Collins 14602.

 

Salome. Deens omroep concert orkest o.l.v. Janos Fürst. EMI 586.184-2 (2 cd’s).

 

Strijkkwartetten nr. 1-4. Maggini kwartet. Naxos 8.55796/7 (2 cd’s).

 

Antechrist; Missa super ‘L’homme armé’; Second fantasia on John Taverners ‘In nomine;; 7 In nomine; Lullaby for Ilian Rainbow; From stone to thorn; Hymn to St. Magnus; O magnum mysterium. Fires of London o.l.v. Peter Maxwell Davies, Vanessa Redgrave, Philharmonia orkest o.l.v. Charles Groves, London sinfonietta o.l.v. David Atherton, Timothy Walker, Marjorie Thomas, Cirencester jongenskoor en –orkest o.l.v. Peter Maxwell Davies. Decca 475.6166 (2 cd’s).

 

Leopardi fragments; Revelation and fall; 5 Pieces op. 2. Melos ensemble o.l.v. John Carewe, Mary Thomas, John Philips, Pierrot players o.l.v. Peter Maxwell Davies, John Ogdon. EMI 586.187-2 (2 cd’s).

 

Mass; Missa parvula; Dum complerentur; Veni sancta spiritus; Orgelwerken: Reliquit domum meum; Veni creator spiritus. Westminster kathedraal koor o.l.v. Martin Baker met Robert Quinney en Robert Houssart. Hyperion CDA 67454.

 

Worldes blis; The turn of the tide. Manchester kathedraal koor en Royal philharmonic c.q. BBC filharmonisch orkest o.l.v. Peter Maxwell Davies. Collins 13902.

 

Black Pentecost; Stone litany. Della Jones, David Wilson Johnson met het BBC filharmonisch orkest o.l.v. Peter Maxwell Davies. Collins 13662.

 
  bry med us
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site