| BARTOK: DE 3 PIANOCONCERTEN |
|
BARTÓK: DE 3 PIANOCONCERTEN
De eerste volledige, destijds hoog aangeslagen en nu in vakkringen omstreden vertolking van deze drie werken leverden Anda en Fricsay (DG 427.410-2, 447.399-2) die erop konden bogen nog in direct contact met de wereld van de componist te hebben gestaan en in ieder geval rechtstreeks uit die traditie te zijn voortgekomen.
Heel fascinerend is de recente opname met drie wisselende solisten en even zovele orkesten, echter steeds door Boulez gedirigeerd. Op de stijlvolle en technisch superieure inbreng van die solisten – respectievelijk Zimerman, Andsnes en Grimaud – valt nauwelijks wat aan te merken; ze kunnen zich uiteraard meten met de besten. De pré schuilt in de felle, heldere, detailrijke directie van Boulez die menig normaal onhoorbaar detail aan het licht brengt (DG 477.5330).
Min of meer onomstreden zijn verder Donohoe en Rattle (EMI 754.871-2) en Kocsis en Fischer (Philips 416.831-2, 446.366-2) in het complete drietal. Ook Schiff en Fischer (Teldec 0630-13158) imponeren. Op beider laatstgenoemde versies is wel wat aan te merken: op Philips laat het orkest wat steken vallen en op Telefunken is de pianoklank niet ideaal en de solist wat op de achtergrond. Voor een best goed laaggeprijsd alternatief zorgt Jandó (Naxos 8.550771). De opname van Ashkenazy en Solti (Decca 448.125-2) verraadt enige ouderdom. De opname van Bronfman en Salonen (Sony 89732) is vermoedelijk niet meer leverbaar, net als die van Kovacevich en Davis (Philips 468.188-2), maar een groot gemis is dat niet. Al met al is hier de voorkeursvolgorde 1) Zimerman/Andsnes/Grimaud, 2) Schiff, 3) Kocsis en 4) Donohoe. De combinatie van no. 1 en 2 is het mooist van Pollini en Abbado (DG 415.371-2). Voor het derde concert in andere koppelingen komen ook Argerich/Dutoit (EMI 556.654-2) en in wat mindere mate Kovacevich en Davis (Philips 438.812-2) in aanmerking.
|
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
