| GLINKA: RUSLAN EN LYUDMILLA |
|
GLINKA: RUSLAN EN LYUDMILA
In een sprookjesachtige kledij die niet alleen Wagnerkenners mild doet glimlachen, wordt in deze opera verteld van een held die zich als zodanig moet bewijzen voordat hij zijn bruid echt tot de zijne kan maken. Glinka liet zich door de door Poesjkin verzonnen episodeachtige kinderprenten animeren om hier een pionierdaad te verrichten. Het komt er in deze opera op neer dat Lyudmila ontsnapt tijdens een feest dat haar vader geeft voor haar drie huwelijkskandidaten. Haar vader belooft haar hand aan degene die haar het eerste vindt. De nobele ridder Ruslan ervaart dat ze is ontvoerd door een boze dwerg en neemt vervolgens de strijd op tegen een gigantisch onthoofde kop om een magisch zwaard te krijgen waarmee hij de dwerg kan verslaan en Lyudmila bevrijden. Het verhaal mag dan in dramatisch opzicht nogal zwak zijn, de muziek is dat allerminst. Er is sprake van een grote stilistische samenhang, een rijke melodische inventie en heel idiomatische Russische harmonieën.
Dat tegenwoordig vooral (en haast alleen) de ouverture die tot de snelste en ontvlammendste ooit behoort nog regelmatig ten gehore wordt gebracht, hoeft niet te betekenen dat de rest van het werk in vergetelheid moet raken. In 1978 hield Juri Simonov met het Ensemble van het Bolshoi theater al een warm pleidooi voor het werk (RCA GD 69124 of Melodya 74321-29348-2). Aan temperament ontbrak het niet, aan een stijlvolle aanpak evenmin. Uitblinkers waren Jevgeny Nesterenko als Ruslan en Béla Rudenko als Lyudmila in een verder homogene bezetting.
|
