| INLEIDING |
|
Het Classicisme
De periode die ruwweg begint na de dood van Bach in 1750 tot de dood van Beethoven in 1827 wordt heel handig maar niet al te nauwkeurig omschreven als het tijdvak van de Weense klassieken. De belangrijkste protagonisten, Haydn, Mozart en Beethoven zouden zichzelf waarschijnlijk niet hebben beschouwd en herkend als ‘classicisten’. En inderdaad: nog gedurende Beethovens leven karakteriseerde de Duitse schrijver E.T.A. Hoffmann deze drie componisten als ‘romantisch’. Die term suggereert bepaalde dominante idealen omtrent de balans, de proporties en de verzoening tussen de contrasten die centraal staat in de kunst van dit Weense triumviraat en hun geringere soortgenoten.
De ‘galante stijl’ is ook duidelijk herkenbaar in heel wat werken van de jonge Mozart en van Mozart als adolescent; bijvoorbeeld in een werk als zijn Symfonie no. 29 in A; in zijn drie laatste Vioolconcerten is die stile galante tot grote hoogten gestegen. Zoals het wel is geformuleerd: “muziek die schoonheid transformeert in extase en gratie in het sublieme”.
Tegenwoordig is hij haast alleen nog bekend als de bedenker van het pianowerk met de titel Impromptu. Hij componeerde slechts één symfonie, maar wel een reeks blaaskwintetten die van betere kwaliteit zijn dan die van Reicha. |
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
