| GOULD, GLENN |
| Uitvoerende kunstenaars |
|
GLENN GOULD: MYTHE EN EXTASE
Achteraf is het nog steeds zoeken naar het bijzondere van Glenn Gould als mens en als pianist. Hij was duidelijk geen kopie van grote voorbeelden onder de pianisten en in zijn interpretaties werd iets weerspiegeld van de moderniteit, van het expressieve constructivisme van de Nieuwe Weense School dat verankerd was in Goulds intellect. Tot een bepaalde generatie te behoren, door bepaalde ontwikkelingen en stijlen te zijn gevormd: het is een (nood)lot dat tot geluk of ongeluk kan leiden. Maar een verdienste is het feitelijk niet. Duidelijk is dat in Gould een fascinerende geniale vonk gloeide waarmee hij de muziek een elegantie en een transparantie verleende die uniek zijn. Is het daarnaast toeval dat hij tot zoveel excentriciteit geneigd was? Hij zegde regelmatig optredens af, bromt onbeheerst mee op zijn opnamen, betreedt met handschoenen aan het podium, gedraagt zich grotesk aan de vleugel. Zijn voortdurende rillingen kunnen terug te voeren zijn op een slechte bloeddoorstroming. Maar zijn excentriciteit is groter dan wat algemeen gangbaar is. Er is een term waarmee de tegenstanders van de pianist hem willen beledigen zodra er weer iets bekend wordt over zijn kleding, zijn manieren, manies en hysteries: hij zou een blender, een mixer zijn. Maar ook zo’n mixer moet even goed raad weten met een fuga van Bach als met een lastige zestiendenpassage uit een late Beethovensonate. Gould leverde het bewijs dat hij dergelijke kwesties probleemloos in een helder betoog oplost. Mijn eerste kennismaking met Gould was via zijn eerste, spraakmakende opname van Bachs Goldbergvariaties uit 1955 die pas voorjaar 1957 in Nederland verscheen in een goedkopere serie (!) van Philips, op SL 04617 voor ƒ16,50 (Philips vertegenwoordigde voor Europa destijds Amerikaanse Columbia, CBS). De verrassing was groot en aangenaam. De tweede kennismaking volgde 31 augustus 1959 toen de pianist tijdens een Europese tournee in Luzern met het Philharmonia orkest onder Herbert von Karajan in het Kunsthaus Bachs Eerste pianoconcert in d, een lijfnummer van de pianist, zou uitvoeren. ’s Morgens bij de repetitie kwam hij niet opdagen, maar op aandringen van de dirigent die dreigde verdere optredens met hem te annuleren, draafde hij op. Buiten was het ruim 25ºC, binnen koeler, maar Gould verscheen met pet op, sjaal om de hals, winterjas en handschoenen aan, gevolgd door een hulpje dat zijn bijzondere lage houten stoel droeg. Die maakte dat de pianist al spelend bijna met zijn kin op de pianotoetsen kwam. Maar o wonder, wat speelde hij krachtig, ook ’s avonds tijdens het concert. Een onvergetelijke avond met verder voor de pauze nog Händels Watermusic in de bewerking van Hamilton Harty (!) en Strauss’ Don Quichote waarin Pierre Fournier soleerde. Maar laten we Gould eens nader van jongs af aan volgen. Glenn Herbert Gould werd 25 september 1932 in Toronto geboren. Zijn vader was een succesvolle bonthandelaar en een goede amateur violist; zijn moeder speelde piano en orgel. Ze had Edvard Grieg als haar grootvaders neef. Het schijnt dat Gould al op zijn derde noten kon lezen en op zijn vijfde begon te componeren. Toen hij zes was ging hij naar een recital van Josef Hofmann. Zijn eerste pianolessen kreeg de kleine Glenn van zijn moeder, later bezocht hij het conservatorium in Toronto waar hij piano- en orgelles nam. De grootste invloed onderging hij van zijn leraar Alberto Guerrero die van Chileense afkomst was; bij hem studeerde hij tot 1952. Op zijn twaalfde kreeg Gould cum laude het Associate Diploma, een blijk dat hij professioneel niveau had bereikt. Zijn eerste optreden, niet als pianist, maar als organist, vond in 1945 plaats. Een krantenkritiek de volgende dag had de kop: “Boy, aged 12, shows genius as organist”. Het jaar daarop maakte hij zijn debuut in Beethovens Vierde pianoconcert tijdens een concert met het Conservatorium orkest. Nog weer een jaar later volgde zijn eerste openbare recital met een programma waarop Scarlatti, Beethoven, Chopin en Liszt prijkten. Gevraagd naar invloeden, werden Artur Schnabel, Rosalyn Tureck en – grappig genoeg – Leopold Stokowski genoemd. Aan het begin van de jaren vijftig v.e. was Gould dankzij heel wat radio- en tv optredens in heel Canada bekend. In januari 1955 volgde zijn debuut in de V.S. met recitals in New York en Washington D.C. Hij trok extra de aandacht omdat zijn programma’s nogal ongewoon waren samengesteld met werk van Byrd, Sweelinck, Bach, late Beethoven, Berg en Webern. Maar opvallend was ook zijn bijzondere, heel eigen stijl, zijn markante, deels als buitenissig ervaren opvattingen en vanzelfsprekend zijn nogal bizarre gedrag op het podium: dat gekke stoeltje, meeneuriën of zingen, zelfs dirigeren: als hij even één hand vrij had, dirigeerde hij de andere. Het stempelde hem tot een hoogst individuele en oorspronkelijke kunstenaar. De dag na zijn debuut in New York werd hem door CBS een exclusief opnamecontract aangeboden en zijn eerste opname, meteen met de Goldbergvariaties baarde opzien. De opname uit 1955 verscheen in 1956 in de V.S. en Canada en in 1957 in Europa. De meningen van de critici en het publiek waren verdeeld, maar iedereen hoorde meteen dat hier sprake was van iets heel bijzonders. Bekend is dat hij eerst de variaties opnam. Pas daarna wijdde hij zich aan het thema. Hij nam het meer dan twintig maal op om het juiste neutrale karakter te vinden. Tenslotte werd take eenentwintig gebruikt. Het illustreert hoe zelfkritisch en perfectionistisch hij te werk ging. Bij opnamen kostte dat tijd en dus extra geld; het zal de technici soms ook wel tot wanhoop hebben gedreven. Ook in 1957 ondernam Gould zijn eerste tournee naar Europa en verbleef op het hoogtepunt van de Koude Oorlog twee weken in de Sovjet Unie. Gedurende de jaren daarop oogstte Gould die het leven van een pianovirtuoos leidde overal lof, maar wekte hij ook controverse. Immers zijn spel trok evenzeer de aandacht als zijn maniërismen en zijn eccentriciteiten. Met zijn opvattingen stuitte hij soms ook op bezwaren. Bekend is een concert in New York, waar hij met Bernstein en zijn New Yorkse orkest Brahms’ Tweede pianoconcert zou spelen en de dirigent zich voor het begin tot het publiek wendde met woorden in de geest van “Ik ben het helemaal niet eens met de opvatting van de solist, maar ik zal hem trouw begeleiden.” Hartje zomer was Gould nog altijd bang kou te vatten (beter gezegd: dat de kou hem zou vatten). Vandaar een dubbele laag kleding, hoed, overjas en handschoenen. Voordat hij opkwam dompelde hij handen en armen in warm water en op het podium lag altijd een tapijtje. Maar het meest in het oog sprong die oude, houten, licht krakende, versleten stoel die soms in opnamen te horen is. Het meubelstuk stamde van zijn vader maar was niet zo primitief als het oogde want iedere poot kon individueel in hoogte worden bijgesteld. Soms hing de pianist gebogen over de claviatuur, soms zat hij met rechte rug, gesloten ogen en hemelse blik. En dan, plotseling, in 1964 op het hoogtepunt van zijn carrière, besluit hij te stoppen, niet meer met publiek op te treden. Een voornemen dat hij gestand deed. Waarom? Gould beschouwde zichzelf meer dan als pianist. Hij stelde ook belangstelling in schrijven, componeren, het maken van radioprogramma’s, film en elektronische technieken. Liefst was hij misschien gaan dirigeren. Gebonden aan een meedogenloze agenda vol afspraken verplichtingen en de prestatiedwang van een wereldberoemde kunstenaar stond hem dat alles in de weg. Hij richtte zich uitsluitend op de elektronische media in een gecontroleerde omgeving. Zo kon hij het beste communiceren. Hij ging vooral studio-opnamen maken waarbij hij alle aspecten in de hand had, maar hij maakte ook radio- en tv programma’s voor CBC, BBC en de Franse en Duitse tv. Wat dat betreft moet er in diverse archieven nog heel wat interessant op publicatie via dvd wachten. Hij publiceerde niet alleen over muziekonderwerpen, maar over heel algemene thema’s. Hij maakte interviews, schreef teksten en materiaal voor lezingen en was uiteraard niet zelden provocerend. Voor zijn eigen opname van Beethovens Appassionata schreef hij: “Ik moet bekennen dat de populariteit van dit werk me ontgaat. Het is niet een van de vormende werken uit Beethovens canon, noch is het een van die spannende twistzieke stukken uit zijn middenperiode die, zoals het Vioolconcert door een combinatie van pit en goede melodiek opvallen. Ik geloof dat die dingen niet werken in de Appassionata.” Het is opvallend, maar ook eerlijk dat een kunstenaar dat over zijn eigen opname zegt. Als kind lokte compositie, maar na het Strijkkwartet op. 1 schreef en completeerde hij niet veel meer. Liever richtte hij zich tot de radiodocumentaire die hij beschouwde als een soort contrapuntische vorm van audio en die hij tot stand bracht op de zelfde manier als een componist muziek schrijft. Goulds werk op dit gebied culmineerde in de Solitude trilogy die hij voor CBC radio schreef. Het gaat typisch genoeg over eenzame mensen, een onderwerp dat hem bijzonder fascineerde. Die radioprogramma’s zijn kleurig, to the point en een fraaie mengvorm van gesproken woord, informatie, drama en muziek. Ook arrangeerde hij de muziek bij twee films: Slaughterhouse 5 (1972) en The wars (1982). En toen, plotseling, in 1981 besloot hij een nieuwe opname te maken van de Goldberg variaties. Verder had hij zich nooit aan een dergelijke onderneming gewaagd bij eerdere versies. Er lagen zo’n 25 jaar tussen beide opnamen, intussen was de techniek stukken verbeterd. Ook hijzelf was natuurlijk danig veranderd. Waarschijnlijk daarom wilde hij een tweede mogelijkheid aangrijpen om nog eens een werk vast te leggen dat hij zeer bewonderde (zelfs liefhad) en waarmee hij zich volkomen identificeerde. Najaar 1982 ging Gould nog een nieuwe fase in, ditmaal als dirigent. Niet voor publiek, maar opnieuw alleen in de studio om alles te kunnen controleren. Hij vormde een kamerorkest dat vooral bestond uit leden van het Toronto symfonie orkest en nam daarmee de oorspronkelijke kamermuziekversie van Wagners Siegfried Idyll op. Ook hier ging het om een dierbaar werk. Het zou zijn laatste opname worden. Is het trouwens niet bijzonder dat de Goldbergs zijn eerste en (bijna) laatste opname waren? 27 September 1982 kreeg Gould een hartaanval; hij overleed 4 oktober in Toronto, een week nadat hij pas vijftig was geworden. Wie Toronto bezoekt en muzikale belangstelling heeft, vindt in die stad heel wat herinneringen aan de lokale muziekheld. Wat voor muziekliefhebbers in het algemeen en Gouldbewonderaars in het bijzonder resteert, is een stapel prachtig documentatiemateriaal, het meeste gelukkig klinkend van aard en door Sony met digitale 24-bit bitstream technologie gerestaureerd. Maar er is natuurlijk meer, namelijk de persoonlijkheid van Gould: begonnen als jonge, frisse, veelal extatische, idealistische rebel, als een soort muzikale James Dean, ontwikkelde hij zich tot een originele denker, causeur, filosoof. Lang niet al zijn opnamen zijn even goed, sommige zijn ronduit teleurstellend, maar uniek en interessant zijn ze altijd. Gould is nog altijd een met mystiek omgeven mythe.
Discografie De hoofdmoot van de Gould opnamen is in handen van wat destijds CBS, thans Sony is. Die opnamen zijn verkaveld, anders gecombineerd en op diverse manieren heruitgegeven tot een volledige Glenn Gould Edition. Hieronder worden daarvan de belangrijkste apart verkrijgbare cd’s genoemd. Daarnaast circuleren andere officiële en minder officiële uitgaven, waardoor onderstaand lijstje niet de pretentie heeft volledig te zijn. Gouldfanaten weten beslist meer en zijn van harte uitgenodigd aanvullingen te melden.
Bach: Pianoconcerten nr. 1-5 en 7. Met het Columbia symfonie orkest o.l.v. Leonard Bernstein c.q. Vladimir Golschmann. Sony SMK 52591 (2 cd’s). Bach: Goldbergvariaties (1955). Sony SMK 52594. Bach: Goldbergvariaties uit Wohltemperiertes Klavier II Fuga’s in fis en E. (1981). Sony SMK 52619. Bach: Pianoconcert nr. 1 in d BWV 1052. Met het Concertgebouworkest o.l.v. Eduard van Beinum. KCO Live 5001. Bach: Pianoconcert nr. 1 in d BWV 1052; Partita’s BWV 825/30 (Gedeelten); 3-stemmige Inventionen BWV 787/801; Italiaans concert BWV 971. Met het Toronto Symfonie orkest o.l.v. Ernest MacMillan. CBC PSCD 2005. Bach: 2- en 3-stemmige Inventionen. Sony SMK 52596. Bach: Die Kunst der Fuge BWV 1080 (gedeelten). Sony SMK 52595. Bach: Toccata’s BWV 910/6. Sony SMK 52612. Beethoven: De 5 pianoconcerten. Met resp. het Columbia symfonie orkest o.l.v. Vladimir Golschman, het New York filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein, het Columbia symfonie orkest o.l.v. Leonard Bernstein en het Amerikaans symfonie orkest o.l.v. Leopold Stokowski. Sony SM3K 52632 (3 cd’s). Bach: Concerten naar Vivaldi BWV 972/8 (gedeelten); Fuga BWV 950: Aria BWV 959; Italiaans concert BWV 971; Chromatische fantasie en fuga BWV 903; Fantasieën BWV 906, 917 en 919; C.Ph. E. Bach: Würtembergse sonates (gedeelten); Scarlatti: Ongepubliceerde sonates. Sony 52620. Beethoven: Pianoconcert nr. 3 in c op. 37; Variaties in F op. 34 en 35 in Es op. 35 Eroica. Met het CBC symfonie orkest o.l.v. Heinz Unger. CBC PSCD 2004. Beethoven/Liszt: Symfonieën nr. 5 in c op. 67 en Allegro uit nr. 6 in F op. 68 Pastorale. Sony SMK 52636. Beethoven/Liszt: Symfonie nr. 6 in F op. 68, Pastorale. Sony SMK 52637. Beethoven: Pianosonates nr. 1-10, 12-14. Sony SM3K 52638 (3 cd’s). Beethoven: Pianosonates nr. 15-19, 23 en 30-32. Sony SM3K 52638. Beethoven: 32 Variaties op een oorspronkelijk thema in c WoO 80; 6 Variaties in F op. 34; 15 Variaties en fuga in Es, Eroica; 7 Bagatellen op. 33; 6 Bagatellen op. 126. Sony SM2K 52646 (2 cd’s). Brahms: 4 Ballades op. 10; 2 Rhapsodieën op. 79 1 en 2; 10 Intermezzi op. 76, 117 en 118. Sony SMK 52651 (2 cd’s). Byrd: Pavane en Gaillard BK 29; Hugh Ashton’s ground BK 20; Pavane en Gaillarde BK 32; Lady Neviell voluntary BK 61; Sellinger’s round BK 84; Gibbons: Fantasia’s (gedeelten); Lord Salisbury Pavan and gaillard; Italian ground; Sweelinck: Fantasia chromatica. Sony SMK 52689. Grieg: Pianosonate in e op. 7; Bizet: Premier nocturne in F; Variations chromatiques; Sibelius: Pianosonatine in fis, E en bes op. 67/1-3; 3 Lyrische stukken Kylllikki op. 41. Sony SMK 52654 (2 cd’s). Hindemith: Pianosonates nr. 1-3. Sony SMK 52670. Morawetz: Fantasie in d; Anhalt: Variaties op. 8; Pentland: Ombres; Valen: Pianosonate nr. 2. Sony SMK 52677. Hindemith: Sonates voor koperblazers en piano. Met Gilbert Johnson (tr), Mason Jones (hn en ahn), AbeTorchinsky (bst) en Henry Charles Smith (tromb). Sony SMK 52671 (2 cd’s). Krenek: Pianosonates nr. 3 en 4; Schönberg: 3 Klavierstücke op. 11; 5 Kavierstücke op. 23; Pianosuite op. 25; Berg: Pianosonate; Hindemith: Pianosonate nr. 3; Scriabin: Pianosonates nr. 3 op. 23 en 5 op. 53; 2 Stukken op. 57; Prokofiev: Pianosonate nr. 7 in Bes op. 83. Mozart: Pianoconcert nr. 24 in c KV 491; Pianosonate in C KV 300; Fantasie en fuga in C KV 394; Haydn: Pianosonate in Es H. XVI/49. Sony SMK 52626. Mozart: Pianosonates KV 279, 280, 281, 282, 283, 284, 309, 310, 311, 330/3, 457, 533, 545, 570, 576; Fantasieën KV 397 en 475. Sony SM4K 5252642 (4 cd’s). Schönberg: Pianoconcert; Klavierstücke op. 11; Suite op. 25; Berg: Pianosonate; Webern: Variaties op. 27. Met het CBC Symfonie orkest o.l.v. Jean-Marie Beaudet. CBC PSCD 2008. R. Strauss: Pianosonate in b op. 5; 5 Pianostukken op. 3; Ophelia liederen op. 67; Enoch Arden op. 38. Met Elisabeth Schwarzkopf (s). Sony SM2K 52657 (2 cd’s). Wagner: Siegfried Idyll; Eigen pianotranscripties van het Voorspel eerste akte Die Meistersinger von Nürnberg en ‘Tagesgrauen’ en ‘Siegfrieds Rheinfahrt’ uit Die Götterdämmerung. Met leden van het Toronto symfonie orkest. Sony SMK 52650.
Glenn Gould in Salzburg. Sweelinck: Orgelfantasie; Schönberg: Suite op. 25; Mozart: Pianosonate KV 330; Bach: Goldbergvariaties BWV 988. (1959).
Video The alchemist. EMI DVB 490.127-9. Hereafter. Ideale audience DVD9DM 20.
The solitude trilogy. Radio documentaires: ‘The idea of the north’; ‘The latecomers’; ‘The quiet in the land’. CBC PSCD 2003-3.
Internet Glenn Gould archief. National library of Canada. www.gould.bnc.ca. Glenn Gould foundation. www.glenngould.ca; www.glenngould.com. |
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
