| MENUHIN, YEHUDI |
|
MENUHINS MUZIKALE NALATENSCHAP ALS MUZIEKCONSERVE
De muziekliefhebber en Menuhinbewonderaar verkeert in de gelukkige omstandigheid dat de loopbaan van violist/dirigent Yehudi Menuhin mooi samenvalt met de opkomst en bloeiperiode van de muziekindustrie zodat veel nagenieten van zijn vertolkingen mogelijk is. Immers: de huidige consument van Menuhin’s nog klinkende vioolspel is aangewezen op de opnamen die daarvan in omloop zijn. De verschillende fasen van zijn loopbaan als musicus zijn goed gedocumenteerd, te beginnen met de heel mooi poëtische vertolking van het Vioolconcert van Elgar, waarin de jongen Menuhin liet horen, wat voor een sensuele toon hij cultiveerde. Dat was in 1932, hij was zestien. Die in de Abbey Road studio van H.M.V. gemaakte opname is in menig opzicht nog steeds een van de mooiste uit zijn hele loopbaan. Elgar, die zelf dirigeerde, was zo gelukkig, dat hij de repetities bekortte en voorstelde om in plaats daarvan naar de paardenraces te gaan. Menuhin herinnert het zich nog uitstekend. “Als je zestien bent, lijkt iedereen die boven de dertig is oud. Elgar was een echte Engelse gentleman die van paarden hield. Hij was heel gelukkig maar ik was te jong om zijn katholicisme en zijn hang naar mystiek te begrijpen. Tijdens de repetities van zijn vioolconcert werd Elgar een vriend van de familie. Ik herinner me dat hij een maagzweer had en dat mijn moeder uiensoep voor hem maakte.” Achteraf bezien was het een legendarische gebeurtenis in de opnamegeschiedenis. Nu nog is goed te horen, dat master Menuhin van nature ongelooflijk begaafd was; zijn muziekbegrip was heel ongewoon voor zijn leeftijd. Hij was volkomen gericht op het uiten van de muzikale boodschap, die hij uitstekend begreep en die hij op heel directe, jeugdige wijze uitte. Hij vond, dat het werk ‘gezongen’ moest worden. Terugblikkend blijkt ook steeds duidelijker dat de jaren dertig uit de vorige eeuw Menuhins glansperiode als violist waren. Zijn spel wat als een natuurwonder en werd gedragen door een feilloze intuïtie en een tomeloze musiceervreugde. Zijn opnamen uit die tijd laten hem feitelijk op zijn best horen en gelukkig is intussen veel van dat oude materiaal heruitgegeven. De in Parijs levende Roemeense componist George Enescu, tevens zijn leraar, gaf de jonge Menuhun raad over de interpretatie van het Elgarconcert. “Ik had een maand om het werk in te studeren, mijn vingerzettingen te noteren voordat ik het voor Enescu ging spelen. Hij zei: “Bedenk dat dit een typisch Engels werk is.” Ik speelde het blijkbaar teveel met het hart op de tong in plaats van introspectief en nostalgiek.” In 1965 nam Menuhin het Elgarconcert opnieuw op, ditmaal met Adrian Boult als dirigent, maar de uitkomst klinkt minder overtuigend dan die eerste keer. Het ging met de loopbaan van de violist trouwens toch niet voortdurend van een leien dakje. Toen hij achttien was en al een hoogtepunt in zijn loopbaan leek te hebben bereikt, besloot hij voor het eerst ineens te stoppen. Menuhin ontkent dat dit goeddeels te maken zou hebben gehad met de stress van het leven als wonderkind. “Mijn leven was juist enorm opwindend – rond de wereld reizen per boot en trein, in Frankrijk wonen, de zigeuners meemaken in Roemenië… Vergelijk dat met het leventje van een schooljongen in een klaslokaal in New York. Nee, mijn ouders vonden het tijd voor een pauze zodat ik de kans kreeg om kennis te maken met de wereld buiten het muziekleven. Ik veronderstel dat ze beseften dat ik omgang moest hebben met andere mensen van mijn leeftijd. Dus kocht ik op mijn negentiende een tweedehands twaalfcilinder open Cadillac die nu wel een miljoen waard zou zijn. Die had geweldig goede banden. In het najaar van 1936 kreeg ik ook een boek over Chinese filosofie met korte vierregelige kenschetsen in het Duits van Lao Tse, de grondvester van het Taoisme. Daar lees ik nu nog regelmatig in.” Maar terug naar de opnamewereld. "In feite gaat mijn opnamegeschiedenis nog verder terug, tot 1927. Voor de trechter heb ik niet meer gespeeld, het ging om eerste elektrische opnamen. Die werden in een kerk in Oakland in Californië gemaakt. Twee technici kwamen daarvoor per auto dwars over het continent aangereisd uit Camden in New Jersey, waar het kantoor van de Victor Talking Machine Company was gevestigd. Als blijk van de lange trip toonden ze een kogelgat in de voorruit, dat ze in Texas hadden opgelopen. Ze hadden het overleefd en namen mijn vijf stukjes op. Ook al was ik pas elf, ik herinner het me nog goed. Ik moest La capricciosa van Ries en het Allegro van Fiocco spelen. Daarna Monasterio’s Sierra morena en La Romanesca, een oude Hebreeuwse melodie. Ik herinner me ook nog dat het een prachtige Californische dag was. Mijn ouders vierden het succes met me door me mee te nemen naar de eerste geluidsfilm van Al Jolson en me een boek cadeau te doen: Robinson Crusoë. Het jaar daarop werden opnieuw opnamen voor de firma uit Camden gemaakt. Ik maakte een tournee met Louis Persinger in 1928. Ik speelde Nigun van Bloch, het lied uit Coq d'or van Rimsky Korsakof en andere kleine stukjes. Pas daarna, in 1929 kwam ik naar Londen en Berlijn om op te treden. In Londen werd het Vioolconcert van Bruch opgenomen met dirigent Landon Ronald. Sindsdien was ik vertrouwd met de Abbey Road studio. Dat Europese bezoek viel samen met de economische crisis en Victor schonk al zijn kunstenaars aan de Gramophone Company ofwel His Master's Voice. Achteraf ben ik daar erg dankbaar voor, want anders had ik nooit dat Elgarconcert kunnen opnemen. En evenmin de opnamen in Parijs kunnen maken. Fred Gaisberg kwam er met zijn team voor over naar de Salle Pleyel, waar we onder andere de Vioolconcerten van Paganini, Mendelssohn en Dvorak vastlegden. Pas daarna volgde in Londen dus het Elgarconcert met de componist als dirigent. Het was mijn eerste ontmoeting met een gentlemancomponist. Tot dan toe had ik alleen met Bloch gewerkt en dat was een soort oudtestamentische profeet. Elgar daarentegen was een welwillende grootvader, die uiterst vriendelijk tegen me was. Hij was een uitermate rustige dirigent, die een enorm rijke klank aan het orkest kon ontlokken. Uit voorzorg had ik hem al een paar dagen voor de opnamesessies ontmoet en had ik het concert met Ivor Newton doorgenomen voordat hij naar Grosvenor House kwam op die zomerdag in 1922. Hij luisterde gedurende een paar bladzijden naar mijn spel, vond me goed genoeg en ging naar de paardenrennen. Dat was een van mijn eerste confrontaties met het Engelse muziekleven." Een ander hoogtepunt uit Menuhins loopbaan was zijn nauwe samenwerking met de grote leraar, componist en violist Enesco in Parijs. Uit die tijd dateert zijn eerste en beste opname van Bachs Solosonates en Partita's en een fraaie versie van Bachs Dubbelconcert. Daar maakte Menuhin zijn weelderige toon ondergeschikt aan de architectuur van de werken. Andere mooie opnamen van Menuhin waren die, welke hij met zijn zuster Hephzibah maakte, vooral Mozarts Sonate in A KV 526, de gepassioneerde Vioolsonate van Lekeu en de kleurige Vioolsonate in a van Enesco. Het meeste hiervan is niet op cd verdoekt. Het zou de moeite waard zijn wanneer dat alsnog gebeurde, want daar heeft Menuhin een vrijwel volmaakt evenwicht gevonden tussen zijn sterk gekleurde virtuositeit en een onfeilbare muzikaliteit. Hoewel Menuhin opnamen heeft gemaakt in Kingsway Hall en op menig andere locatie, de meeste opnamen ontstonden in EMI studio 1 aan Londens Abbey Road. “Ik geloof dat ik die zaal in alle stadia heb gezien. Op een gegeven moment hadden ze de muren voorzien van merkwaardige echomiddelen. Voordien had men ook al geprobeerd er een ‘dode’, dat wil zeggen galmloze ruimte van te maken. Al die technische grillen komen en gaan met de tijd. Op een gegeven moment vond men het belangrijk dat ook de boventonen die alleen door een hond konden worden waargenomen, werden opgenomen. Als de hond reageerde, wist je dat het in orde was. Gelukkig heerst nu meer normaliteit.” Hoe verliep de inspirerende samenwerking met Wilhelm Furtwängler? Die getuigde van een geest van internationale verbroedering zo kort na W.O. II, komend uit de voormalige vijandige kampen. "Ik ontmoette hem voor het eerst in Zwitserland in 1946. Hij was uit Duitsland gevlucht en wachtte daar op denazificatie. De Amerikanen hielden die tegen. Daarna waren we onafscheidelijk totdat hij stierf. Hij was een geweldige musicus. Een echte, oude klassiek gevormde, heel gecultiveerde man." De eerste gedocumenteerde samenwerking dateert uit ongeveer 1947?
"Ja, we namen toen eind september in het Titania Palast de Vioolconcerten van Beethoven, Brahms, Mendelssohn en Bartók op plus de Romances van Beethoven. Dat was echt een belevenis." De eerste beroemd geworden opname van het Beethovenconcert met Furtwängler werd datzelfde jaar met het Luzern Festival Orkest gemaakt, de tweede met het Londense Philharmonia orkest dateert uit 1952. Later maakte Menuhin nog opnamen van dit werk met Silvestri in Wenen, Klemperer in Londen, met zijn eigen Menuhin festival ensemble en met Davis weer in Londen, terwijl er een dvd opname rouleert met een uitvoering bij het Casals festival orkest. Wanneer ontmoette u Bartók voor het eerst? "Dat was in 1942 of '43. Na een zomer in Californië, waar ik twee grote stapels eigentijdse muziek doornam, gooide ik alles opzij behalve de Vioolsonate van Bartók, de grote, en het Vioolconcert dat nu bekend staat als zijn tweede. Dat seizoen nam ik ze op mijn programma; het Vioolconcert speelde ik voor het eerst in Minneapolis. Pas daarna ging ik naar New York. Ik had Bartók geschreven, dat ik hem graag de Vioolsonate wilde voorspelen. We hadden een afspraak voor vier uur in het Park Avenue appartement van een goede vriendin van me, Mrs. Pereira, zelf amateur violiste; ze kende Toscanini en haar man was een Italiaanse bankier. Ik kwam expres vijf à tien minuten te vroeg en Bartók zat al klaar in een leunstoel met zijn rug naar mij gekeerd in die lange salon met het instrument tegen het raam geplaatst. Hij had de muziek op schoot en een potlood in zijn hand. Een echte Beckmesser, een pedant iemand dacht ik in een eerste opwelling, wachtend om me op fouten te betrappen. Hij was een zwijgzaam iemand. Je had of een goed gesprek over botanie, geschiedenis of de klassieke mythologie of je praatte helemaal niet. Tenzij het iets grappigs was. In die tijd leed hij al aan leukemie en hij stond helemaal niet op. Helemaal geen vraag 'Hoe gaat het met u?' of 'Mooi weertje vandaag?' Ik pakte mijn viool uit, stemde en begon te spelen. Aan het eind van het eerste deel stond hij op en sprak de volgende woorden, die ik letterlijk herhaal, omdat ik anders waarschijnlijk ijdel lijk. In zijn prachtige Engels zei hij: 'Ik geloofde niet, dat werken zo mooi konden worden gespeeld tot lang na de dood van de componist.' Geen commentaar had op dat moment meer voor me betekend. Gelukkig speelden we het tweede en derde deel even mooi. Op dat onthullende moment had ik zijn ziel kunnen lezen. Ik dacht, dat ik hem nu via zijn muziek beter had leren kennen dan ooit via zijn woorden mogelijk zou zijn. Bij die gelegenheid vroeg ik hem ook, of hij een sonate voor me wilde schrijven. Mijn motief was deels om een werk van Bartók te hebben, deels ook omdat andere musici ook werken bij hem hadden besteld: Benny Goodman, Serge Koussevitzky, Antal Dorati en Paul Sacher. Hij was bepaald niet well to do, al is het niet juist om te zeggen, dat hij bijna honger leed. De American Association of Composers (ASCAP) zorgde voor hem. Dat was misschien minimaal, maar wat de Hongaarse communisten later beweerden, dat hij honger leed in een kapitalistische maatschappij, was bepaald onjuist." Was er verder nog contact?
"Zeker wel. Hij heeft een paar keer geïnformeerd of het opdrachtwerk violistisch mogelijk was. Het wàs mogelijk! Ik wilde tenslotte het minimum haalbare vragen, dus dacht ik aan een Sonate voor soloviool - niet vermoedend, dat het waarschijnlijk de beste solosonate zou worden sinds Bach. De cheque die ik hem zond, verzilverde hij pas een jaar later, nadat ik eerst het werk in november 1944 had uitgevoerd. Dat is een mooi voorbeeld van gepantserde integriteit. Een geweldige man en een heel inspirerend mens. Hij en Enesco waren de grootste musici, die ik heb leren kennen." U heeft betreurd, dat Britten nooit iets voor u heeft gecomponeerd. Zijn er andere componisten die dat wel hebben gedaan? “Bloch toen ik heel jong was en Ben Haim later. De onbekende Amerikaan Blackwood heeft een Vioolconcert voor me gemaakt.” U heeft ook met Glenn Gould samengewerkt. “Ja, we hebben Schönbergs Fantasie en Vioolsonates van Bach en Beethoven voor een TV opname gespeeld. Gould was een fantastisch musicus. We hadden ook persoonlijk contact. Hij was een van de aardigste mensen die ik heb leren kennen, heel excentriek en niemand betrad ooit zijn appartement. Zij secretaresse heeft hem nooit gezien. Hij leefde liefst in een elektronische wereld. Hij vermeed direct fysiek contact, maar heeft mij wel uitgenodigd. Toen ik bij hem binnenkwam, zag ik dat alles zo chaotisch als maar mogelijk was. Alleen de toetsen van de vleugel waren schoon en in orde. Maar verder was het een hoop kleren, versleten sofa’s enzovoorts. Ik heb het niet gewaagd om een gesprek te beginnen. We zijn meteen gaan spelen. Uit zijn versleten schoenen kwamen zijn teennagels te voorschijn. Zijn lage pianostoel was door zijn vader in elkaar gelijmd en viel bijna in duigen. Maar voor hem was het een onmisbaar attribuut. Als ik in Toronto kwam, bezocht hij me altijd op mijn hotelkamer. We zijn zelfs een keer samen gaan eten in een restaurant.” U heeft de beide concerten van Prokofiev en die van Sjostakovitsj nooit op uw repertoire gehad? "Nee en die van Szymanovski ook niet. Dat betreur ik, want hij was een groot componist." Ook het Tsjaikovskyconcert ontbreekt op twee piraatopnames na. "Allebei met Fricsay, heel verschillend. Ik maakte een tournee, waarbij ook Bruch en Beethoven op het programma stonden." Waarom heeft u het concert van Tsjaikovsky nooit voor H.M.V., nu EMI. gespeeld? "Dat weet ik eigenlijk niet. Ik vond dat ik het lang niet zo goed speelde als Oistrakh toen ik die eenmaal had gehoord. Ik wilde er niet aan. Maar het is een duidelijke leemte." U bent H.M.V. steeds trouw gebleven op één uitzondering na: Beethovens vioolsonates met Wilhelm Kempff voor DG. Hoe is het daartoe gekomen? "EMI was erg terughoudend en had achteraf spijt van de uitleen. Het ging om een soort uitwisseling, net als tijdens de oorlog via het Rode Kruis. Ik weet niet wat ze voor me terugkregen. Iets van Karajan of Fischer-Dieskau. Ik heb die Vioolsonates ooit deels met Hephzibah en deels met mijn zoon Jeremy gedaan. Het is de enige keer, dat ik geen viool speelde voor EMI. Behalve een keer die niet mijn schuld was. In 1950 was ik voor het eerst in Japan. Ik werd benaderd door een grammofoonfirma, die beweerde een zusterfirma van H.M.V. te zijn. Ik geloofde ze op hun woord en nam Tartini's Duivelstriller sonate op en nog wat klein grut, dat ik tijdens die tournee speelde. Ik herinner me mijn begeleider.Adolf Baller. Men vroeg ons: 'Wilt u contant worden betaald, of heeft u liever royalties?' Ik antwoordde, dat ik altijd royalties kreeg, terwijl hij zei, dat hij het liever contant had. Natuurlijk ontving ik die royalties nooit want bij thuiskomst hoorde ik dat die firma al gedurende twintig jaar geen zusterfirma van H.M.V. meer was. Die bewuste platen moeten nu zeldzaamheidswaarde hebben. Niemand heeft ze kunnen ontdekken. Voor wat mijn vioolspel betreft heb ik nog steeds een exclusief contract met EMI, maar als dirigent ben ik vrij en daar ben ik dankbaar voor. Indertijd begon ik als dirigent wel voor H.M.V. met het Bath Festival orkest. Van Bach de Brandenburgse concerten en Orkestsuites, de Vioolconcerten van Mozart, de symfonieën van Schubert." Langs omwegen zijn die Japanse opnamen toch te voorschijn gekomen en door Biddulph op cd uitgegeven. Ze werden gemaakt tijdens een tournee met een schema dat de kunstenaars tijdens tweedaagse sessies onder druk zette. Er was waarschijnlijk een minimaal aantal ‘takes’, er waren technische problemen en inferieure schellak 78-t. platen die tamelijk veel ruis veroorzaken. Maar de balans klopt aardig en Menuhin was in topvorm. Dus redding van het moois is zeker de moeite waard gebleken. In 1953 zorgde Menuhin voor publicatie van het vroege Concert voor viool en strijkorkest in d uit 1822 van Mendelssohn; Later volgde ook publicatie van het late Vioolconcert in d uit 1853 van Schumann. Dan was daar nog Menuhin de dirigent. Het Bath Festival orkest dateert uit 1962. Maar in 1977 was hij ook initiator van het Gstaadfestival en de daar gesitueerde Muziekacademie, in 1969 volgde het Windsor festival, er ontstonden opnamen in Moskou en Wenen en tot op hoge leeftijd maakte hij opnamen met de Sinfonia Varsovia uit Warschau. Wat het Aldeburgh Festival was voor Benjamin Britten, had dat Bath Festival moeten worden voor Menuhin. Het is nooit helemaal uit de verf gekomen, ondanks de oprichting van een eigen orkest en de nieuwe rol van de violist als dirigent. Van de daar gemaakte opnamen zijn er maar weinig, waaraan men nu nog verheugd terugdenkt. Zoals gezegd begon hij in zijn rol als dirigent met het eigen orkest voor H.M.V. Later kwamen daar opnamen bij met het Brno orkest, het Engels kamerorkest, het Philharmonia- en Royal philharmonic orkest plus een paar Poolse ensembles en een paar opnamen uit Moskou en Wenen. Zijn er eigenlijk niet al veel te veel opnamen in omloop? "Overdreven veel? Waarschijnlijk is dat wel zo. Erger is, dat er zoveel is, dat geen recht doet aan de stijl en het karakter van de muziek. Een nietszeggende uitvoering is dodelijk en ik zou wel willen, dat men zich op een paar uitzonderlijke kunstenaars concentreerde, op Maria João Pires bijvoorbeeld.” Heeft u wat dat betreft onvervulde wensen? “Ik had dolgraag Mozarts Pianoconcerten met haar als dirigent willen doen. Jaren geleden werd ik door Peter Andry van H.M.V. gevraagd of ik alle pianoconcerten van Mozart wilde opnemen met Martha Argerich als soliste en op de een of andere manier ..... Hephzibah leefde toen nog en ik wilde haar eigenlijk niet bedriegen." We hebben het nog niet gehad over Menuhin de pedagoog. Een activiteit, waarmee hij sinds 1963 respect afdwingt is zijn sponsoring van een kostschool voor getalenteerde jonge musici, de Yehudi Menuhin school in Cobham (Surrey). U heeft heel duidelijke opvattingen over het onderwijs aan talentvolle leerlingen. “Ik vind dat het onderricht voor het grootste deel van slecht niveau is. Vooral stijlbesef wordt slecht bijgebracht. We moeten ons steeds realiseren in welke tijd de muziek werd geschreven. Het is onmogelijk om echt op de hoogte te zijn van de complexe codes van de beleefdheid en de hoffelijkheid die heersten in Mozarts tijd. Maar we moeten wel trachten om die te begrijpen. Een violist moet in staat zijn om zich verschillende stijlen eigen te maken en om de technische en expressieve aspecten te begrijpen. Mijn doel was ideale omstandigheden te scheppen voor de ontwikkeling van muzikaal zeer begaafden, mijn grootste zorg, dat deze mensen zo geïsoleerd en wereldvreemd opgroeien, dat ze later, geconfronteerd met de harde, koude buitenwereld onvoldoende zijn gewapend. Naast hun muzikale vorming krijgen de kinderen ook gewoon les in middelbare schoolvakken. Zelf kende ik maar al te goed de hardere kanten van het kunstenaarsleven. “ Het curriculum van de school had Elysische klanken met bijvoorbeeld iedere week een bezoek van Nadia Boulanger, met allerlei soort concerten door de jongelui zelf en beroemde bezoekers; speciale cursussen, discussies en lezingen rondden het programma af. Als violist, altist (in Berlioz' Harold in Italië, het Altvioolconcert van Bartók en het Altvioolconcert van Walton) en dirigent moet Menuhin een mening hebben over de authenticiteitsbeweging. "Ik vrees, dat velen hun zendingsopdracht vaak overdrijven. Het is alsof er iemand de berg Sinai afdaalt met de absolute waarheid. Ik heb alle waardering voor de pogingen, maar je moet wel muziek blijven maken. Ik vind veel tempi aanvaardbaar, hoewel er veel aan de snelle kant zijn. En zonder vibrato. Ik ben nooit overtuigd door de theorie, dat er voordat God ontwaakte geen vibrato was en dat Hij toen pas, miljoenen jaren nadat hij de sterren op hun plaats had gezet bij wijze van gedachte achteraf aan vibrato dacht. Op die manier zou de Italiaanse school nooit tot bloei zijn gekomen - met al die fraaie tenoren, die heerlijke volksliedjes, die prachtige violen, Strads, Guarneri's, Amati's. En al die componisten, Tartini, Corelli, Vivaldi, zònder vibrato? Als je de viool goed vasthoudt, op de gemakkelijke, ontspannen manier, ga je vibreren. Niet dat je een heel werk door hetzelfde vibrato moet gebruiken, zelfs niet voor bepaalde passages uit hetzelfde deel. Je moet in staat zijn het vibrato te variëren. Enesco deed dat geweldig: langzaam, snel, ternauwernood, helemaal niet, blanke noten. Dat zegt het wat. Bovendien leven we in een tijd waarin voortdurend alles sneller gaat. Dat heeft invloed op de muziek. We weten, dat Mozart van snelle tempi hield en het eerste deel van zijn veertigste Symfonie wordt nog vaak te langzaam uitgevoerd, met name in Wenen. Met de aanduiding Molto allegro schijnt menigeen niet precies raad te weten. Het is ongeveer als met het langzame deel uit Beethovens Pastorale: con molto mosso. Molto mosso, dat heeft zin, anders komt het deel nooit aan een eind. Op TV zag ik onlangs Roger Norrington aan het werk. Ik vond vooral het geluid van die oude hoorns geweldig. Daar ben ik honderd procent voor. Maar in andere opzichten werd de muziek getrivialiseerd. Het is me deels te modieus. In de loop van mijn leven is natuurlijk veel veranderd in de muziekwereld. Maar in diepste wezen is ook veel hetzelfde gebleven. Alles is als bij een groeiende plant groter en gecompliceerder geworden. Toen ik erg jong was, had ik een naïeve droom, waarin ik de Chaconne van Bach in de Sixtijnse kapel zou spelen waarna voor altijd vrede op aarde zou heersen. Ik weet nu dat dit onmogelijk is, maar het is wel mijn levensmotto gebleven. Al musicerend heb ik altijd geprobeerd verzoening te bereiken en vertrouwen te wekken.” In zijn leven maakte Menuhin een aantal crises door, die zijn vioolspel geen goed deden. De Menuhin uit de jaren zestig en zeventig imponeerde nog slechts sporadisch en al zijn muzikale intelligentie ten spijt klonk zijn toon vaak onkarakteristiek scherp, liet de intonatie te wensen over en zakte de spanning dikwijls in. Yehudi Menuhin is intussen de enige onder de grote Amerikaanse vioolvirtuozen - Elman, Heifetz, Milstein, Stern en Seidel waren Russische emigranten, die geheel uit de Russische vioolschool voortkwamen - die in dat land zelf is geboren (22 april 1916 in New York) uit ouders, die via Palestina immigreerden. Als baby verhuisde Menuhin naar San Francisco, waar hij op zijn derde met een klein viooltje begon. Na eerste lessen bij Sigmund Anker kwam hij als vijfjarige bij Louis Persinger - zelf directieleerling van Nikisch en vioolleerling van Ysaye - die hem geheel in Europese geest verder hielp. Menuhins predispositie en begaafdheid maakten, dat hij 12 maart 1926 al zijn eerste succesvolle openbare optreden met orkest had in Lalo's Symphonie espagnole. Op zijn tiende kwam het vioolwonder naar Europa, waar zijn eerste ontmoeting met Enesco in Parijs plaatsvond. Hij kreeg ruim een jaar les van hem. Hier bleek voor het eerst duidelijk, dat Menuhin niet tot een bepaalde school behoort, maar dat zijn spel alleen maar volwassen en persoonlijk klonk, dat hij niet alleen technisch volmaakt speelde, maar zich ook van de achtergronden en de stijl van de muziek bewust was. Op 25 november 1927, weer terug in de V.S., speelde hij in New York Beethovens Vioolconcert met Fritz Busch als dirigent. Olin Downes schreef daarover in de New York Times: "Menuhin beschikt over een techniek, die niet slechts briljant is, maar ook op het subtielste ingesteld is. Dat is geen op trucjes gebaseerde techniek, maar een veel gefundeerder techniek, die op aangeboren gevoel en op smaak berust. Het klinkt belachelijk als men zegt, dat Menuhin een rijpe opvatting van Beethovens vioolconcert heeft. Maar het is een feit. Slechts weinig volwassen en ervaren violisten hebben Beethoven met zo'n echt gevoel voor vorm en inhoud gespeeld, met een zo gezonde, nobele en toch nooit overdreven expressie, met een dergelijk dichterlijk gevoel in het langzame deel en met zoveel ongedwongen humor in de finale." De discrepantie tussen de uiterlijke verschijning van de kleine violist in korte broek en de artistieke perfectie alleen al heeft het publiek jarenlang gefascineerd. Adrienne Thomas schreef er een mooie studie Das Wunderkind over. Zelfs Toscanini, die tevoren altijd had geroepen: "Wonderkinderen? Daar word ik doodziek van!" beloonde hem uiteindelijk na een concert met een zoen. Toch zou het verkeerd zijn om Menuhins kunst uitsluitend aan dat natuurgeschenk toe te schrijven. De gelukkige harmonie van het paradijs (de jeugd) raakt in het aards bestaan (de volwassenheid) zoek. Menuhin trachtte dat in twee sabbaticals (1936 en 1937) te verwezenlijken, maar echt honderd procent is hem dat nooit gedurende langere tijd gelukt. Daarin schuilt de tragiek van dat begin als wonderkind. Slechts bij vlagen, in goede periodes wist hij zijn eigen oude niveau te halen. Pas op latere leeftijd overwon hij zijn afkeer van vliegen en gaf hij de trein- en bootreizen eraan. Na een liefst korte tournee rept hij zich bij voorkeur naar een van zijn optrekjes - een chalet in Gstaad, een appartement in Los Gatos (Californië) en een rustige schuilplaats op een van de Aegeïsche eilanden. Zijn vaste stek is echter een mooi George V huis op de top van Highgate Hill in Londen, waar hij kan uitkijken over Hampstead Heath en het Londense panorama daarachter. Had hij vroeger geleefd, dan zou Coleridge zijn buurman zijn geweest. Menuhin heeft altijd iets van het Wonderkind behouden. Wie hem tijdens de pauzes bij repetities waarnam, zag hem altijd snoepen uit een koffertje. Onbespoten fruit - appels, een lichee, dan weer een handjevol amandelen - alles gekocht in een speciaalzaak aan Bakerstreet vult zijn dieet aan. Curieuzer zijn Menuhins uitstapjes richting geïmproviseerde muziek. Eerst naar de jazz via een samenwerking met Stéphane Grappelly, later naar de Indiase muziek samen met Ravi Shankar. Dat laatste is niet zo verwonderlijk voor iemand, die om zich te ontspannen zijn heil zocht in yoga en die zich als wereldburger inzet voor allerlei nobele internationale doeleinden. Jarenlang was Menuhin in de muziekwereld een instituut. In zijn goede jaren was hij voor velen de belichaming van de ideale violist. Niet alleen op basis van zijn interpretatieve en viooltechnische gaven, maar ook van zijn aura als vredelievend mens, als idealist die racisme en vooroordelen heftig bestreed. Daarnaast was daar de Menuhin, bevangen door een naïef illusionisme, die tijdens een yoga oefening op zijn kop stond en glimlachend ontspanning aanbeval. In 1976 verscheen Menuhins autobiografie oorspronkelijk in het Engels als Unfinished journey, maar ook in diverse vertalingen (bijvoorbeeld de Duitse, Unvollendete Reise, verschenen bij Piper-Verlag in München). Uit 1972 dateert zijn Violin: six lessons, uit 1976 Violin and viola, samen met altist William Primrose, uit 1980 zijn medewerking aan The music of man en uit 1986 Life class.
Dit is eendeels bekorte, deels uitgebreide versie van het aan Menhun gewijde hoofdstuk uit Spraakmakende Strijkers (Gopher, 2001) Selectieve discografie Menuhins interessantste opnamen Als violist Bach: De 2 Vioolconcerten; Dubbelconcert; ‘Chaconne’ uit Partita no. 2. Met orkestbegeleiding o.l.v. Georges Enesco en Pierre Monteux. EMI 761.018-2. 1932/6
Bach: De 6 Sonates en Partita's voor soloviool. EMI 763.035-2 (2 cd's). 1934/6Bach: De 6 Sonates en Partita’s voor soloviool. EMI 569.249-2 (2 cd’s). 1956/7 Bach: Vioolsonate nr. 3; Beethoven: Vioolsonates nr. 7 en 9; Brahms: Vioolsonates no. 1 en 3. Met Hepzibah Menuhin. Biddulph LAB 124/5. 1934/40 Bach: Vioolsonate no. 4; Beethoven: Vioolsonate nr. 10; Schönberg; Fantasie. Met Glenn Gould. Sony 52688. 1965 Bartók: Vioolconcert nr. 1; Altvioolconcert; Rapsodieën nr. 1 en 2. Met het Philharmonia orkest o.l.v. Antal Dorati c.q. het BBC symfonie orkest o.l.v. Pierre Boulez. EMI 763.985-2. Bartók: Vioolconcert nr. 2; Solosonate. Met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Wilhelm Furtwängler. EMI 769.804-2. 1953/47 Bartók: Vioolconcert nr. 2; Suite nr. 2. Met het Minnesota orkest o.l.v. Antal Dorati. Mercury 434.350-2.
Beethoven: Vioolconcert; Mendelssohn: Vioolconcert. Met het Philharmonia- c.q. Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Wilhelm Furtwängler. EMI 769.799-2, 566.975-2. 1953/2 Beethoven: Vioolconcert. Met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Wilhelm Furtwängler. Testament SBT 1109, Naxos 8.110996. 1947 Beethoven: Vioolconcert; Romance nr. 1; Tsjaikovsky: Sérénade mélancolique. Met het Menuhin festival orkest c.q. het Royal philharmonic orkest o.l.v. Adrian Boult. EMI 562.607-2. 1959 en 1971 Beethoven: Pianotrio nr. 5; Tsjaikovsky: Pianotrio. Met Hephzibah Menuhin en Maurice Eisenberg. Biddulph LAB 127. 1936 Beethoven: Pianotrio nr. 5; Bridge: Pianotrio nr. 2; Mozart: Pianotrio nr. 6. Met Maurice Gendron en Benjamin Britten. BBC Legends BBCL 4134-2. 1963
Beethoven: De 10 vioolsonates. Met Wilhelm Kempff. DG 415.874-2, 459.433/6-2 (4 cd’s). 1969 Beethoven: Vioolsonates nr. 5 en 9. Met Wilhelm Kempff. DG 427.251-2. 1969 Beethoven: Vioolsonate nr. 10; Brahms: Vioolsonate nr. 3; Bartók: Vioolsonate nr. 1. Met Hepzibah Menuhin c.q. Adolf Baller. Biddulph LAB 161. 1947 Berg: Vioolconcert; Bloch: Vioolconcert. Met resp. het BBC symfonie orkest o.l.v. Pierre Boulez en het Philharmonia orkest o.l.v. Paul Kletzki. EMI 763.989-2. 1968/63
Berkeley, Williamson en Panufnik: Vioolconcerten. Met resp. het Menuhin festival orkest en het Londens filharmonisch orkest o.l.v. Adrian Boult en Andrzej Panufnik. EMI 566.121-2.
Brahms: Vioolconcert; Dubbelconcert (met Boskovsky en Brabec). Met het Luzern festival orkest o.l.v. Wilhelm Furtwängler. EMI 763.496-2. 1949
Brahms: Vioolconcert; Bach: ‘Preludium’ uit Partita in E. Met het BBC symfonie orkest o.l.v. Adrian Boult. BBC 61. 1943 Brahms: Vioolconcert; Vioolsonate nr. 3; 5 Hongaarse dansen. Met het Luzern festival orkest o.l.v. Wilhelm Furtwängler c.q. Hepzibah Menuhin en Marcelle Gazelle. EMI 562.821-2. Debussy: Vioolsonate; Haydn: Vioolsonate nr. 32; Schubert: Fantasie; Vioolsonate. Met Benjamin Britten. BBC Legends BBCL 4083-2. Elgar: Vioolconcert; Bruch: Vioolconcert nr. 1. Met het Londens symfonie orkest o.l.v. resp. Edward Elgar en Landon Ronald. Naxos 8.110902. Elgar: Vioolconcert; Celloconcert. Resp. Yehudi Menuhin en Beatrice Harrison met het Londens symfonie c.q. Nieuw symfonie orkest o.l.v. Edward Elgar. EMI 769.786-2, 566.979-2. 1932
Elgar: Vioolconcert; Enigmavariaties. Met het Londens symfonie c.q. Royal Albert Hall orkest o.l.v. Edwar Elgar. EMI 566.979-2. 1932 Elgar: Vioolsonate; Vaughan Williams: Vioolsonate; Walton: Vioolsonate. Met Hephzibah Menuhin c.q. Louis Kentner. EMI 566.122-2. 1978/50 Enesco: Vioolsonate nr. 3; Prokofief: Vioolsonate nr. 1; Szymanovski: Notturno en Tarantella; Ravel: Pièce en forme de habanera; Tzigane. Met resp. Hephzibah Menuhin, Arthur Balsam en Marcel Gazelle. EMI 565.962-2. Lalo: Symphonie espagnole; Chausson: Poème; Saint-Saëns: Vioolconcert nr. 3. Met resp. het Parijs’ symfonie orkest o.l.v. Georges Enescu en het Londens symfonie orkest o.l.v. Gaston Poulet. EMI 565.960-2.
Mendelssohn: Vioolconcert in d. Met het RCA Victor orkest. Naxos 8.110991.
Mendelssohn: Vioolconcert; Bruch: Vioolconcert nr. 1. Met het Philharmonia orkest o.l.v. resp. Efrem Kurtz en Walter Süsskind. EMI 566.906-2. Mozart: Vioolconcerten nr. 1 en 6; Adelaïde concert. Met het Parijs' symfonie orkest o.l.v. Pierre Monteux en Georges Enescu. EMI 763.718-2. 1932/35 Mozart: De 5 Vioolconcerten; Concertante symfonie. Met Rudolf Barshai en het Bath festival orkest. EMI 568.530-2, 762.710-2 (2 cd’s). 1961/3
Schubert: De 2 Pianotrio’s; Sonatedeel D. 28; Notturno. Met Maurice Gendron en Hephzibah Menuhin. EMI 762.742-2 (2 cd’s). 1968
Schumann: Vioolconcert; Dvorak: Vioolconcert. Met het New York filharmonisch orkest o.l.v. John Barbirolli. Naxos 8.110966 Tsjaikovsky : Vioolconcert ; Beethoven : Vioolsonates nr. 5, 7 en 9 ; Rondo. Met resp. het RIAS symfonie orkest o.l.v. Ferenc Ficsay en Wilhelm Kempff. DG 463.175-2. Die Instrumente des Orchesters. Met het Philharmonia orkest. EMI 769.693-2. (Franse versie: 769.816-2). A portrait. Biddulph YM 80. The early Victor recordings. Biddulph LAB 031 The early H.M.V. recordings. Biddulph LAB 032 De vroege jaren. Met o.a. werken van Paganini en toegiften. EMI CDH 565.959/63-2. (5 cd’s).80th Birthday Edition. EMI 565.964-2 (6 cd’s). 1930/53 Opnamen uit 1931-1938. Bach: Vioolconcert in a; Dubbelconcert; Mozart: Vioolconcert nr. 3 in G; Wieniavski: Legende in g; Paganini: Vioolconcert no. 1; Chausson: Poème; Mendelssohn: Vioolconcert in e; Bruch: Vioolconcert nr. 1. Met Georges Enesco, het Parijs' symfonie orkest o.l.v. Pierre Monteux, het Colonne orkest o.l.v. Pierre Monteux en het Londens symfonie orkest o.l.v. Landon Ronald. EMI 175-01793/5 (3 lp's). Menuhin in Japan. Werken van Bach, Bartók, Beethoven, Brahms, Dvorak, Granados, Kreisler, Novacek, Ravel, Sarasate, Tartini en Wieniavski. Met Adolf Baller. Biddulph LAB 162/3. 1952 Menuhin and friends. Virgin VC 545.120-2. Menuhin en Grappelly. EMI 763.939 (3 cd's, ook afzonderlijk leverbaar). Menuhin meets Shankar. EMI 749.070-2. Als dirigent Bach: De 6 Brandenburgse concerten. Bath Festival orkest. EMI 569.291-2 (2 cd’s). 1959Bach: De 4 Orkestsuites; Musikalisches Opfer. Bath Festival orkest. EMI 569.443-2 (2 cd’s). 1960. Beethoven: De 9 symfonieën. Sinfonia Varsovia. Carlton 30368-00025 (5 cd’s). 1994Händel: Messiah. ISS 691112 (2 cd’s). 1996 Beethoven: Vioolconcert; Mozart: Concertante symfonie. Met David en Igor Oistrakh en het Moskou’s filharmonisch orkest. BBC Legends BBCL 4019-2. Mozart: Vioolconcerten nr. 1 en 3. Vadim Repin met het Weens kamerorkest. Erato 3984-21660-2. 1997Mozart: Ouvertures. Sinfonia Varsovia. EMI 570.032-2. Video dvd Yehudi Menuhin - Violin of the century. EMI MVD 491.475-3 (vhs), 492.362-9 (dvd-v) Concertopnamen. Werken van Beethoven, Bruch en Mozart. Met diverse orkesten. EMI 492.844-9. Beethoven: Vioolconcert. Met het Londens symfonie orkest o.l.v. Colin Davis. EMI 492.844-9.
Beethoven: Vioolconcert. Met het Casals festival orkest o.l.v. Pablo Casals. EMI DVB 310.188-9.
Bach: Vioolsonate BWV 1017; Beethoven: Vioolsonate nr. 10; Schönberg: Fantasie. Met Glenn Gould. Ideale Audience DVD9DM20, Sony 48401 (ld), 48403 (vhs) |
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
