| SEEFRIED, IRMGARD |
|
IRMGARD SEEFRIED: ONVERGETELIJKE SOIPRAANSTEM In natura heb ik haar helaas nooit gehoord, hoewel dat in principe best mogelijk was geweest. Maar via de radio, de lp en later natuurlijk de cd des te meer: de 9 oktober 1919 in Köngetried in het Duitse Beieren geboren sopraan Irmgard Seefried. In 1935 begint ze haar zangstudie aan het conservatorium in Augsburg en reeds in 1939 wordt ze door Herbert von Karajan ontdekt tijdens een auditie. Ze was net afgestudeerd en straatarm nadat haar vader was omgekomen bij een auto-ongeluk. Uiteraard begon ze met kleine rollen, maar werd wel meteen verkozen als sopraansoliste bij het kathedraalkoor. Daarmee maakte ze haar allereerste opname met dat koor: Bruchs Jubilate en Händels Laudate pueri op 78t. platen verschenen bij de Keulse firma Electrola, de Duitse tak van His Master’s Voice (tegenwoordig EMI). In 1940 volgde haar debuut aan de opera in Aken waar ze het jaar daarop debuteert als priesteres in Verdi’s Aida. In 1943 vinden we haar – 23 jaar jong - terug aan de Weense Staatsopera met de rol van Eva in Wagners Meistersinger. Een nieuw geslaagd debuut daar, ditmaal onder Karl Böhm, zoals te horen is via een Preiser opname van eind 1944 toen de Staatsopera was gebombardeerd. Uit die tijd dateert ook haar rolbezetting als Marzelline in Beethovens Fidelio, eveneens met Böhm en eveneens ook geconserveerd op Preiser. Ter gelegenheid van de tachtigste verjaardag van Richard Strauss is ze in 1944 nog steeds in Wenen voor uitvoeringen van diens Ariadne auf Naxos, waarin ze de componist uitbeeldt. Preiser bracht daarvan ooit ook een radio-opname uit. Ze zong deze rol dermate jeugdig en haast overmoedig, dat Strauss zelf achteraf verklaarde: “Ik had geen idee hoe goed die rol eigenlijk kon zijn”. Enige jaren later is die rol gelukkig door EMI, nu met Karajan, vastgelegd. De uitbeelding is in vocaaltechnisch opzicht zelfs beter en gelukkig in expressief opzicht minstens even goed en spontaan. Na W.O. II treedt ze in 1946 tijdens het Salzburg festival op als Susanna in Mozarts Le nozze di Figaro. In 1948 trouwt ze met de violist Wolfgang Schneiderhan, die van 1938-1951 nog concertmeester was van het Weens filharmonisch orkest, In 1950 maakt ze haar eerste internationaal verspreide opnamen voor EMI met Karajan: Susanna en Figaro en Pamina in de Zauberflöte met Karajan. Dan volgt onder meer nog een eerste Zerlina in Don Giovanni met Furtwängler (EMI, 1950). Haar andere opmerkelijke glansrol in een opera van Strauss, was Octavian in de Rosenkavalier. In 1947 nam ze gedeelten uit dat werk op voor EMI met Schwarzkopf als Sophie in combinatie met fragmenten uit Humperdincks Hänsel und Gretel. Nog weer later werd van het complete werk met haar aandeel daarin een opname met Karl Böhm als dirigent gemaakt. Zo lopen de optredens en opnamen in deze periode wat door elkaar heen. Seefried werd namelijk door H.M.V./Columbia producer Walter Legge tegelijk met Schwarzkopf en Karajan ‘ontdekt’ in het Wenen van 1946/7. Dat leidde voor hen al gauw tot opnamen. Zo werd 24 oktober 1946 door hem Seefrieds eerste naoorlogse opname gemaakt: een aria uit Bachs Cantate nr. 92 die overigens pas in 1987 op de plaat uitkwam. Een paar dagen later volgden vanuit de Brahmssaal een paar aria’s uit Haydns Schöpfung. Wie dit materiaal hoorde, kan getuigen van de geëngageerde frisheid ervan. Datzelfde geldt voor de liedopnamen uit die tijd, ooit verschenen bij EMI, nu dus bij Testament. Haar laatste EMI opnamen golden Brahms’ Liebeslieder Walzer met Hans Hotter als bassolist uit 1947 en er circuleerde daarvan ooit een duistere Decca lp die tijdens het Edinburgh festival 1952 stiekem was gemaakt met Kathleen Ferrier, Julius Patzak en Clifford Curzon als een der pianisten. Om het even of ze solo, duet, trio of kwartet zong, Seefried was steeds in haar element in dit charmante lyrische, romantische repertoire. Seefried moest het in die tijd opnemen tegen zangeressen als Schwarzkopf en Grümmer en slaagde daarin wonderwel, afgezien misschien van de zuiver technische beheersing. Daarna, dus globaal vanaf 1952, begint haar internationale carrière met optredens in onder meer Engeland, de V.S. In februari 1952 volgt haar eerste optreden in Amsterdam met een liederenrecital. Haar trouwe begeleider is Erik Werba. Eén van haar vroege glansrollen was Fiordiligi in Mozarts Così fan tutte. Beluister daarvan haar ‘live’ opname uit 1954 die tijdens het Salzburg festival werd gemaakt. Uit elke noot spreekt een warme, geheel natuurlijke persoonlijkheid. Uit hetzelfde seizoen dateert haar Figaro Susanna, een rol die ze later met Karajan vastlegde. Tenslotte is er uit diezelfde periode haar Pamina in de Zauberflöte, ook met Karajan vastgelegd. Men moet al een stenen hart hebben om niet te vallen voor haar ‘Ach, ich fühl’s’. Na haar overstap van EMI naar DG volgt een tweede Zerlina, ditmaal met Fricsay. Ooit was daar in de reeks Dokumente een fijne DG opname met gedeelten uit een concertreis recital uit 1953, bestaande uit o.m. Schuberts ‘Auf dem Wasser zu singen’, Eens te meer begeleidde Erik Werba. Wolfs ‘Begegnung’, Bartóks ‘Dorpstaferelen’ en de kostelijke ‘Kinderkamer’ van Moesorgsky maken ook deel uit van deze dubbel cd. Een juweeltje! Seefrieds studio-opname uit 1960 van Schumanns Frauenliebe und Leben, ook uit die bundel, wordt nog slechts overtroffen door de opname die werd gemaakt tijdens het Salzburg festival waar ze dat jaar een geheel aan Schumann gewijd recital gaf. Een eerder Salzburgs recital uit 1957 dat door Orfeo is vereeuwigd, is gewijd aan Goetheliederen van Mozart tot Wolf, waarvan ‘Klärchens liederen’ uit Beethovens Egmont, Schuberts Suleika liederen en Wolfs Mignon liederen de hoofdschotel vormen. Iedere noot, ieder woord krijgt hier de juiste aandacht en waarde. Markant is hoe ze in de toegift – Schuberts ‘Heidenröslein’ – even het spoor bijster raakt, zich excuseert en opnieuw, nu succesvol, begint. Typisch Seefried! Ook een dierbare herinnering, opnieuw uit Salzburg, is haar Italienisches Liederbuch van Wolf met Fischer-Dieskau. Andere hoogtepunten uit Seefrieds glansvolle loopbaan vormen de uitvoeringen van de voor haar en haar man geschreven Ariosi van Henze (eerste uitvoering Edinburgh festival 1964, Amsterdam maart 1966) en het eveneens voor het paar bedoelde Maria-Triptychon van Martin, dat ze in 1971 ook in Amsterdam voordraagt. Een operarol die ze ook op haar repertoire had, was die van Marie uit Bergs Wozzeck. Haar laatste optreden op het operatoneel vond in 1976 in Wenen plaats: met Katja Kabanova uit Janaceks gelijknamige opera in Wenen. Wie de zangeres op haar best wil horen, moet vooral luisteren naar de Testament opname van een recital uit 1950 met Gerald Moore als begeleider Het bestaat louter uit hoogtepunten, maar de hoogste toppen worden bereikt in Mozarts ‘Abendempfindung’, Schuberts ‘Heidenröslein’ en Schuberts ‘Das verlassene Mägdlein’. Hier worden de verschillende gevoelens op heel directe, steeds stijlvolle wijze hartelijk geuit. Als blijk van een hartelijk mededeelzame manier van zingen die kenmerkend was voor deze zangeres. Gelukkig is veel van haar recital- en studiomateriaal goed bewaard en zeer genietbaar verkrijgbaar. Jammer hooguit dat zo weinig beeldmateriaal van Seefried voorhanden is. Daarvoor leefde en zong ze waarschijnlijk een paar decennia te vroeg. Irmgard Seefried overleed 24 november 1988 in Wenen. Na haar dood zei Elisabeth Schwarzkopf over haar: “We waren allemaal jaloers op haar omdat waar wij zo moeizaam naar moesten streven en voortdurend hard aan moesten werken, bij haar volkomen natuurlijk kwam omdat zet hoe ze haar hele hart in het zingen kon leggen”. Discografie
Bach: Matthäus Passion. Met Hertha Töpper, Ernst Häfliger, Keith Engen, Dietrich Fischer-Dieskau, met het met het Münchens Bachkoor en –orkest o.l.v. Karl Richter.. Archiv 463.635-2 (3 cd’s).
Beethoven: Symfonie nr. 9. Met Maureen Forrester, Ernst Häfliger, Dietrich Fischer-Dieskau, het koor van de St. Hedwigskathedraal en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Ferenc Fricsay. DG 463.626-2.
Beethoven, Schubert: Goetheliederen. Met Erik Werba. Orfeo C297921B.
Beethoven: Fidelio. Met Leonie Rysanek, Ernst Häfliger, Dietrich Fischer-Dieskau, Gottlob Frick, Keith Engen, Siegfried Lenz en het Ensemble van de Beierse Staatsopera o.l.v. Ferenc Fricsay. DG 453.106-2 (2 cd’s).
Brahms, Mozart, Schubert, Wolf: Liederenrecital. Met Gerald Moore. Terstament SBT 1026.
Gounod: Cäcilia mis. Met Gerhard Stolze, Hermann Uhde en het Tsjechisch filharmonisch orkest en –koor o.l.v. Igor Markevitch. DG 477.711-4.
Mahler: Symfonie nr. 4. Met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Georg Solti. New York philharmonic NYP 9801/12 (12 cd’s). Moesorgsky: De kinderkamer; Schumann: Frauenliebe und Leben; Bartók: Dorpstaferelen; liederen van Brahms, Schubert, Strauss en Wolf. Met Erik Werba. DG 477.651-4 (2 cd’s).
Mozart: Requiem; Krönungsmesse. Met Kim Borg, Maria Stader, Helmut Krebs, Josef Greindl, en koren en orkesten o.l.v. Ferenc Fricsay, Eugen Jochum en Igor Markevitch. DG 477.581-1c (2 cd’s).
Mozart: Così fan tutte. Met Nan Merriman, Ernst Häfliger, Hermann Prey, Dietrich Fischer-Disskau, Erika Köth, het RIAS kamerkoor en het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Ferenc Fricsay. DG 477.566-9 (3 cd’s).
Mozart: Così fan tutte. Met D. Herrmann, Lisa Otto, Anton Dermota, Erich Kunz, Paul Schöffler en het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Karl Böhm. Orfeo C 3579421 (3 cd’s).
Mozart: Don Giovanni. Met Dietrich Fischer-Dieskau, Sena Jurinac, Ernst Häfliger, Maria Stader, Christian Kohn, Ivo Sardi, het RIAS kamerkoor en het Berlijns Radio symfonie orkest o.l.v. Ferenc Fricsay. DG 463.629-2 (3 cd’s).
Mozart: Die Zauberflöte. Met Anton Dermota, Erich Kunz, Wilma Lipp, Ludwig Weber, George London en het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Herbert von Ksrajan. EMI 769.631-2 (2 cd’s).
Schumann: Frauenliebe und Leben; liederen. Met Erik Werba. Orfeo C398951B.
Strauss: Ariadne auf Naxos. Met Elisabeth Schwarzkopf, Rita Streich, Rudolf Schock, Karl Dönch, Hermann Prey, Fritz Ollendorf, Helmut Krebs, Gerhard Unger, Lisa Otto, Grace Hoffman, Annie Felbvermeyer, Hugues Cuenod en het Philharmonia orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 567.077-2 (2 cd’s)
Strauss: Der Rosenkavalier. Met Marianne Schech, Kurt Böhme, Dietrich Fischer-Dieskau, Rita Streich en het Ensemble van de Staatsopera Dresden o.l.v. Karl Böhm. DG 463.668-2 (3 cd’s). Wagner: Die Meistersinger voin Nürnberg. Met het Ensemble van de Weense Staatsopera o.l.v. Karl Böhm. Preiser 90234 (3 cd’s). Weber: Der Freischüutz. Met Eberhard Wächter, Rita Streich, Richard Holm en koor en orkest van de Beierse omroep o.l.v. Eugen Jochum. DG 477.561-1 (2 cd’s).
Wolf: Italienisches Liederbuch. Met Dietrich Fischer-Dieskau en Erik Werba. Orfeo C 220901A. |
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
