| PROKOFIEV: PETER EN DE WOLF |
|
PROKOFIEV: PETER EN DE WOLF
Psychologen, sociologen en andere wetenschappelijke onderzoekers verhalen van fascinerende theorieën over de neiging van veel mensen om met (huis)dieren te praten, Dat kan van alles betekenen – van de voorboden van een op de rotsen lopend huwelijk tot de bevestiging van volslagen gekte. Omgekeerd zijn er veel verhalen over dieren die tot de mensen spreken, te beginnen bij Franciscus van Assisië en dierenfabels. Ook in de muziek zijn tal van voorbeelden, al is niet gezegd dat de dieren zich specifiek tot mensen richten. Hoewel fraai uitgebeeld geldt dat bijvoorbeeld niet voor de distelvink en ander gevogelte en honden bij Vivaldi, de vogeltjes uit Beethovens Pastorale en de nog echtere nachtegaal uit Respighi’s Pijnbomen van Rome. Maar de menagerie uit Saint-Saëns Carnaval des animaux en de dieren uit Prokofievs Peter en de wolf richten zich wel nadrukkelijk tot volwassenen c.q. kinderen. AchtergrondenSergei Prokofiev componeerde een aantal van de beste en bekendste werken uit de 20e eeuw. Velen kennen melodieën van hem zonder misschien precies te weten uit welk werk ze stammen. Voorbeelden zijn onder andere de “Troïka” uit Luitenant Kijé, de stampende “Dans van de ridders” uit het ballet Romeo en Julia en natuurlijk de instrumentale geluiden die het vogeltje, de grootvader, Peter, de eend, de kat en de boze wolf uitbeelden in Peter en de wolf , het muzikale sprookje – ooit zelfs een soort muzikale kinderbijbel. Ongetwijfeld tienduizenden volwassenen krijgen bij het horen van een snaterende hobo onwillekeurig een eend voor ogen, bij een lage klarinetmelodie associaties met een sluipende kat, bij een grommende hoorn de wolf en bij de waarneming van een prutellende fagot herinneringen aan een bezorgd mopperende grootvader. Oleg, de jongste zoon van de componist – hij trad zelf als verteller op in het werkje – tekende de volgende herinneringen op: “1936 was een bijzonder belangrijk jaar in ons familieleven. Toen we de huurflat in Parijs hadden opgegeven, verhuisden we naar Moskou dat voortaan onze permanente verblijfplaats werd. Van meet af aan was ik gefascineerd door mijn nieuwe leven daar. Omdat ik zeven jaar was, werd ik vooral overweldigd door het grote verschil in afmetingen tussen alle dingen in Rusland en Frankrijk: van de bredere treinen en de eindloze velden en bossen gedurende onze reis tot de bredere straten en de geweldige, massieve en exotische gebouwen in Moskou, zoals het Kremlin. Hoewel ik de zomer tevoren al in Rusland was geweest en mijn grootmoeder (de moeder van Lina) me in Parijs al wat Russisch had geleerd, was mijn Russische kennis nog te gering zodat ik terecht kwam in een omgeving die voor mij veel onbegrijpelijker en geheimzinniger was dan deze in werkelijkheid was. Maar eind april toen mijn moeder, mijn broer en ik ons voorbereidden op de reis naar Rusland en aan het inpakken waren, wisten we helemaal niet dat juist toen mijn vader druk was met het componeren en instuderen van zijn nieuwe werk Peter en de wolf. Ik herinner me niet meer of het kwam door onze late aankomst dat we de première op 2 mei misten. Maar ik herinner me nog heel goed de tweede voorstelling die plaatsvond in het Centrale Kindertheater tijdens een middagconcert. Van de uitvoering zelf weet ik niet meer zoveel, het was meer de nieuwigheid van de omgeving die me trof. We kwamen lang voor het begin van het concert binnen en ik herinner me dat ik vermoedelijk voor het eerst in mijn leven – omdat ik geloof dat ik in Parijs nooit naar een schouwburg ben geweest - in die vreemde, onbekende theaterzaal zat. Het was een grote zaal die nog helemaal leeg was. Plotseling, als bij toverslag vulde die zaal zich met jongens en meisjes die allen in hetzelfde uniform waren gekleed: donkerblauwe broeken of rokken, witte blouses en helderrode dassen. Dat waren de “Pioniers”, leden van de officiële communistische jeugdorganisatie die terugging tot de Padvinderij. Dat kleurige spektakel maakte zoveel indruk op me als voorproefje van mijn nieuwe leven in Moskou dat het vrijwel geheel het concert zelf overschaduwde. Maar ik herinner me wel dat mijn vader dirigeerde; dat vond ik geruststellend omdat het aangaf dat hij het bevel voerde. De vertelster was Natalia Satz, de directrice van het Kindertheater. Het concert was een groot succes en alle pioniers applaudisseerden luid. Tenslotte was het niet zomaar dat de Russische versie van het werk begon met de woorden: “Op een vroege morgen kwam de pionier Petya….” Men hoeft niet eens Bruno Bettelheims The uses of Enchantment te hebben gelezen om te weten dat voor kleuters angst en de bezwering daarvan een belangrijk onderwerp vormen. Wat dat betreft zit de door Prokofiev zelf geschreven verhaallijn – die nogal eens met min of meer succes door anderen is gemodificeerd – uitstekend in elkaar. Hooguit is het ontbreken van een happy end kwestieus. In de oorspronkelijke versie komt de door de wolf opgeslokte eend niet meer levend te voorschijn: “als je goed luistert, hoor je de eend nog kwaken in de buik van de wolf” en inderdaad, de hobo kwaakt pianissimo en doloroso nog even na. In andere versies wordt daar een afwijkende draai aan gegeven, verzachtende omstandigheden aangebracht of een afleidingsmanoeuvre ingebouwd. Ook verder is geen gebrek aan bedreigende elementen: de ruzie tussen de eend en het vogeltje, de poes die het vogeltje besluipt, Peter die zich ongehoorzaam buiten het hek begeeft, de getergde wolf met de lasso om zijn staart. En toch: als de wolf eenmaal ten tonele verschijnt is er bij de luisterende kinderen een ontlading: de dreiging heeft letterlijk gestalte gekregen. Peter blijkt ook echt een stoere knul, bij Paul de Leeuw is hij cool.
De opnamenBij een voor kinderen bestemd muziekwerk dat geheel afhankelijk is van de gesproken tekst zijn grote taalgebieden altijd in het voordeel ten opzichte van de kleinere. Voor de muziekindustrie is het lonender om – vaak gebaseerd op één vertolking van het muziekaandeel – het tekstgedeelte van een bekende Engels-, Duits-, Frans- of Russisch talige acteur (m/v) of popidool in te dubben dan bijvoorbeeld een aparte Nederlandse versie te maken, al gebeurt dat gelukkig wel. Vandaar ook dat we in de discografie uitvoeringen van hetzelfde orkest met verschillende vertellers aantreffen. Grappig is het natuurlijk om eens te luisteren naar een echte Russische versie te luisteren zoals die van Tatjana Nikolajewa (Melodia 74321-33230-2) of een Finse met Lasse Pöysti (Ondine ODE 793-2). De impact van het werk hangt in hoge mate af van de inbreng van de verteller. Het minst geslaagd zijn de volwassenen die menen op hun hurken te moeten gaan zitten voor het kinderpubliek of die het hoogste belang hechten aan een pedagogisch verantwoord relaas. De volwassene die daar met afstand het beste in slaagt is de Australische entertainer Dame Edna Everage, die quasi als zeer met de materie vertrouwde moeder haar tekst duidt. Zij verteld boeiend en onderhoudend, hier en daar misschien wat overdrijvend, maar met veel aandacht voor de dramatischer aspecten. Het orkestaandeel is fel en levendig, kortom uitstekend verzorgd. Peter Schickele daarentegen, van vroeger bekend als de best geestige P.D.Q. Bach, ontwierp een heel nieuw verhaal in Wild West stijl. Misschien leuk voor kinderen in de V.S., maar hoe dan ook slecht tegen herhaling bestand. In fel contrast hiermee staat de vooral door charme gekenmerkte voordracht van Angela Rippon, maar aan engagement ontbreekt het haar niet en opnieuw geeft het orkest goed partij. Bijna vijftig jaar geleden groeide in de Engels sprekende wereld een generatie op met het verhaal zoals dat typisch door een groot acteur wordt verteld door Ralph Richardson; hij besteedt haast teveel aandacht aan de tekst die hij liefdevol koestert. Kinderen van nu luisteren hier al gauw verveeld naar en vinden het een saaie vertoning. Bij de verdere Engelstalige uitgaven doet de Virgin uitgave met de heel persoonlijk reagerende John Gielgud ook wat gedateerd aan; deze lijkt geschikter voor volwassenen dan voor kinderen al klinkt de vertelling best sappig. Ook het orkestaandeel is in deze beide gevallen nogal middelmatig al klinkt de recentere Virginopname in stereo duidelijk fraaier. Een tweede versie van Gielgud op Tring is nooit tot het continent doorgedrongen. Heel goed bevalt de sonore, vrij zakelijke voordracht van Sean Connery. Hij gebruikt een lichtelijk aangepaste tekst, gemoderniseerde tekst van Gabrielle Hilton. De climaxen in het werk zijn heel pakkend en de begeleiding van Dorati is puntgaaf. De beste prestatie in muzikaal opzicht komt van het Chamber orchestra of Europe onder Claudio Abbado, maar de inbreng van Sting die erg zijn best doet kan weinig genade vinden bij het jonge volkje. Gezien het feit dat de meeste kinderen geen Duits en Frans deelachtig zijn, vervallen uitvoeringen in die talen haast automatisch. Bij de Duitstalige alternatieven is die met Barbara Sukowa haast het aantrekkelijkst al was het maar vanwege de fraaie inbreng door Abbado en zijn jongerenorkest. Romy Schneider bij Karajan is te omslachtig en vriendelijk, vader en zoon Böhm zijn wat te afstandelijk
ConclusieBij de Nederlandse versies eindigen Frank Groothof en Paul de Leeuw ongeveer ex aequo, ook al is hun aanpak verschillend; Leonie Jansen klinkt haast te vriendelijk. Bij de Engelstalige is het vooral de Australische Naxosopname die geweldig scoort, bij de Duitstalige de DG opname van Sukowa/Abbado.
Discografie Engelstalig: Sting en het Chamber orchestra of Europe o.l.v. Claudio Abbado. DG 429.396-2. 1993 Leonard Bernstein met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. Sony 47596, 60175. 1960 Oleg Prokofief met het New London orkest o.l.v. Ronald Corp. Hyperion CDA 66499. Sean Connery met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Antal Dorati. Decca 444.104-2. 1965
Alec McCowen met het Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink. Philips 442.278-2. 1969
Angela Rippon met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Owain Arwel Hughes. ASV CDQS 6017. Lina Prokofief met het Schots nationaal orkest o.l.v. Neeme Järvi. Chandos CHAN 8511. Edna Everage met het Melbourne symfonie orkest o.l.v. John Lanchberry. Naxos 855.4170.
Barry Humphries met het Melbourne symfonie orkest o.l.v. John Lanchberry. Naxos 855.4170. 1997
Jeremy Nicholas met het Omroeporkest Bratislava o.l.v. Ondrej Lenárd. Naxos 8550.499.
Peter Schickele met het Atlanta symfonie orkest o.l.v. Yoel Levi. Telarc CD 80273
John Gielgud met het Royal philharmonic orkest o.l.v. Andrea Licata. Tring TRP 046. Ernst Wieman met het Nationaal orkest van de Franse omroep o.l.v. Lorin Maazel. DG 413.407-2, 429.170-2. Itzhak Perlman met het Israel filharmonisch orkest o.l.v. Zubin Mehta. EMI 747.067-2. 1984
Patrick Stewart met het Opera orkest Lyon o.l.v. Kent Nagano. Erato 4509-97418-2. David Bowie met het Philadelphia orkest o.l.v. Eugene Ormandy. RCA GD 60878, RD 82743. Charles Richard met het Philadelphia orkest o.l.v. Eugene Ormandy. Sony 62638. André Previn met het Royal philharmonic orkest o.l.v. André Previn. Telarc CD 80126. Ralph Richardson met het Londens symfonie orkest o.l.v. Malcolm Sargent. Decca 433.612-2, Belart 450.024-2.
John Gielgud met de Academy of London o.l.v. Richard Stamp. Virgin 561.137-2. 1987
B Rathbone met het All American orkest o.l.v. Leopold Stokowski. Avid AMSC 601. 1941
Nederlandstalig: Frank Groothof met het Residentie orkest o.l.v. Othmar Mágá. Vanguard 99191
Leonie Jansen met het Boston Pops orkest o.l.v. John Williams. Philips 412.554-2. 1983 Paul de Leeuw met het Rotterdams filharmonisch orkest o.l.v. Valery Gergiev. Philips Duitstalig: Barbara Sukowa met het Chamber orchestra of Europe o.l.v. Claudio Abbado. DG 427.678-2. Loriot met het Engels kamerorkest o.l.v. Daniel Barenboim. DG 410.875-2, 439.648-2.
Karlheinz Böhm met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Karl Böhm. DG 415.350-2. 1975
Willy Millowitsch met het Orkest van de Beethovenhalle Bonn o.l.v. Richard Russell Davies. EMI 478.206-2.
Hermann Prey met het Concertgebouworkest o.l.v. Bernard Haitink. Philips 462.460-2.
Romy Schneider met het Philharmonia orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 252.201-2. 1956
Müller-Westernhagen met het Opera orkest Lyon o.l.v. Kent Nagano. Erato 4509-91733-2.
Kulenkampff met het Londens symfonie orkest o.l.v. André Previn. EMI 252.124-2.
Rueger met het Boston Pops orkest o.l.v. John Williams. Philips 454.974-2. Video Sting met het Chamber orchestra of Europe o.l.v. Claudio Abbado. DG 073-101-3 (vhs). |
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
