| VIVALDI: QUATTRO STAGIONI, LE |
| Vergelijkende Discografieen |
|
VIVALDI: DE VIER JAARGETIJDEN
Titiaan, Tintoretto en Veronese waren beroemde Venetiaanse schilders en hun spel met vormen, kleuren en lijnen kenmerkt ook de kunst van een andere beroemde kunstenaar uit Venetië: Antonio Vivaldi (1678-1741). Te midden van zijn ongeveer vierhonderdvijftig concerten (!) genieten vooral die voor viool grote bekendheid en uit deze groep dan met name de vier concerten met de titel De vier jaargetijden.
Achtergronden
Over een van Vivaldi’s concerten schreef een tijdgenoot: “Aan het slot improviseerde hij een fantasie die me helemaal verblufte, want een dergelijk spel was nooit tevoren gehoord en kan nauwelijks worden geëvenaard. Hij speelde met zijn vingers op slechts een haarbreedte van de kam zodat er nauwelijks ruimte was voor de strijkstok. Toch speelde op alle vier snaren en dat met een ongelooflijke vaart”. Die ongelofelijke techniek wordt bevestigd in de eerste vier van de twaalf concerten uit Il cimento dell’armonia e dell’invenzione (een wat lastig te vertalen titel; misschien komt Het dispuut tussen harmonie en uitvinding dicht in de buurt) voor het eerste viertal concertjes uit op 8 (1725) met de respectievelijke Ryan nrs. RV 269, 315, 293 en 297, maar er zit natuurlijk veel meer vast aan deze werken dan zuivere virtuositeit in deze mogelijk belangrijkste bundel instrumentale muziek uit de achttiende eeuw. De werken verschenen meteen in druk bij Le Cène in Amsterdam. De titel vormt de sleutel, want betekent de begrippen ‘dispuut’ en ‘uitvinding’ zijn zo goed gekozen dat de onpersoonlijke statigheid van Corelli’s Concerti grossi op. 6, die een aanleiding vormden voor Vivaldi’s reeks bij deze muziek verbleekt. De musicoloog H.C. Robbins Landon vatte de essentie van Il cimento dell’armonia e dell’inventione mooi samen toen hij het had over ‘de frisheid, de levendigheid, de afwisseling van deze werken met – in de langzame delen – een geheimzinnige teerheid’. Het was, concludeerde hij, ‘iets heel anders dan voorheen was gepubliceerd’. Le quattro stagioni vormde ooit een dankbare inspiratiebron voor Haydn, maar verscheen eigenlijk pas midden vorige eeuw in een betrouwbare uitgave opnieuw in druk en maakte sindsdien furore in de muziek- en muziekconservenwereld. In elk van de vier concerten wordt muzikaal een jaargetijde geschilderd, te beginnen met de lente. De structuur is die van een sonnet (mogelijk door de componist zelf geschreven) en het werk behoort derhalve tot de vroegste vorm van programmamuziek. Het gaat om bravura stukken voor de solist en er worden allerlei fraaie taferelen uitgebeeld van zoemende vliegen, dronkenlui en herders die in de zon dutten, neerdruppelende regen, blaffende honden, klappertanden, glijpartijen op het ijs enzovoorts. De verbeelding waarmee Vivaldi het ritme en het timbre manipuleert om al die beeldende effecten te bereiken is cruciaal voor het succes en meteen het beginmotief (een veerkrachtige afwisseling tussen achtsten en zestienden) verleent het werk een vaart die verderop geen moment verloren gaat. Hoewel de muziek heel goed te genieten is zonder de kinderlijke sonnetten te kennen, zijn die een nuttige indicatie voor hetgeen te horen is. Soms zijn die sonnetten in de programmatoelichting opgenomen, soms niet. Daarom hier de Nederlandse vertaling:
DE LENTE De lente is gekomen en blij Verwelkomen de vogels haar met vrolijk gezang En de bronnen stromen intussen zacht murmelend Bij het waaien van briesjes
Bliksemflitsen en donderslagen, gekozen om de lente aan te kondigen, Komen opzetten, de lucht met een zwiep bedekkend, Dan, wanneer zij zwijgen, zetten de vogeltjes opnieuw Hun betoverende gezang in.
Dan slaapt de geitenherder op het lieflijk bloeiend weiland Bij het dierbare geruis van gebladerte en planten Met zijn trouwe hond aan zijn zijde.
Bij het feestelijk geluid van de herderlijke doedelzak Dansen nimfen en herders Als de dierbare, schitterende lentehemel verschijnt.
DE ZOMER Onder de drukkende hitte van de felle zon Kwijnt mens en kudde weg en zelfs de pijnboom gloeit. De koekoek verheft zijn stem, waarop, zodra zij wordt gehoord, De duif en de distelvink inzetten.
Een lieflijke bries waait, maar oorlogszuchtig Komt onverwachts de Borea erbij En het herdertje huilt omdat het vreest dat een wilde storm Hem boven het hoofd hangt en hij vreest de gevolgen.
Aan de moede ledematen wordt de rust ontnomen Door de vrees voor bliksemschichten, wilde donderslagen En de woedende zwerm vliegen en horzels.
Ach, zijn angsten zijn helaas maar al te gegrond De hemel dondert en bliksemt en hagel Knakt de korenaren en de trotse granen.
DE HERFST De boer viert met gezang en dans Het grote plezier van de gelukkige oogst En velen besluiten, aangeschoten door het vocht van Bacchus, Hun genoegen met de slaap.
De milde lucht die genoegen verschaft Maakt dat iedereen het dansen en zingen staakt, Zoals het jaargetijde dat zeer velen uitnodigt Tot het grote genot van een zeer diepe slaap.
De jagers komen bij de nieuwe morgenstond naar buiten Om te gaan jagen met hoorns, musketten en geweren, Het wild vlucht en zij volgen het spoor.
Al ontzet en uitgeput bij het enorme lawaai Van musketten en geweren, bedreigt het gewonde wild de jagers: Het wild wordt het vluchten echter moe en sterft tijdens de achtervolging.
DE WINTER Stijf van de kou bibberen te midden van de ijzige sneeuw bij de striemende slagen van een verschrikkelijke wind, steeds met je voeten stampend lopen en vanwege de strenge kou met je tanden klapperen;
Bij het vuur en tevreden dagen doorbrengen, Terwijl buiten de regen iedereen doorweekt Lopen over het ijs met langzame pas, Uit vrees te vallen voorzichtig glijden.
Snelle rondjes maken, op de grond vallen, Opnieuw het ijs opgaan en hard rennen, Totdat het ijs breekt en meegeeft.
Het horen uitbreken vanuit hun verbanningsoord Van de Sirocco, de Borea en alle wedijverende luchtstromen, Dit is de winter, maar wat een vreugde brengt hij ons!
De opnamen
Dat Vivaldi’s opus magnum tot de meest opgenomen werken behoort en mogelijk op dit punt zelfs een record heeft gescoord, is buiten kijf. De belangrijkste zijn in de Discografie opgesomd. Wie ooit de haast bovenmenselijke taak op zich neemt om een volledige lijst te maken, zal om te beginnen stuiten op een stel lp’s dat nooit naar cd is overgeheveld. Namen als Christian Altenburger, Hugh Bean, Lola Bobesco, Gérard Jarry, Susanne Lautenbacher, Wolfgang Schneiderhan en Josef Suk behoren daartoe. Dan is er een stel onbekendere solisten op kleine , onbekende labels die hier zijn overgeslagen. Te denken valt aan Barchet, Denisova, Duhem, Fantini, Frasca-Colombier, Füri, Kiss, Pagliani, Parashekov, Paul, Peabody, Pervomaisky, Pidoux, Popov, Schmidt, Sonnleitner, Szilvay, Vicek, Zanetti en Zenaty. Wat overblijft, is een gigantische stapel. Zelfs wanneer al dat materiaal beschikbaar zou zijn, kan niemand verwachten dat iemand zich aan de bovenmenselijke Sisyfus arbeid zou wagen om dat alles grondig door te spitten. Hoewel er een paar echt historische opnamen bestaan, begon de Vivaldihausse pas echt met de ontdekking van de ‘Oude Italianen’ in de jaren vijftig vorige eeuw. Met name met de in de reeks Muzikale Meesterwerken van platenclub MMS uitgebrachte lezing door Louis Kaufman kort daarna gevolgd door elkaar beconcurrerende uitgaven van Werner Krotzinger (nogal Duits hoekig gedaan) en de levendiger Virtuosi di Roma. Maar de echte doorbraak veroorzaakten Felix Ayo en I Musici. Met verschillende solisten maakte en steeds verjongend I Musici nog opnamen tot medio jaren negentig, maar had wel vrij gauw zijn dominante rol verloren. Daarna brak een ware lawine uit. Wat te kiezen uit dit nog steeds verder aangevulde barokke mer à boire? Het lijkt verstandig eerst de persoonlijke selectiecriteria te bepalen. Wanneer een eigen favoriete solist in het geding is, lijkt de oplossing logisch: ga voor hem of haar, ondanks kwalitatieve overwegingen. Niet onlogisch is om meteen het hele twaalftal uit op. 8 aan te schaffen. Daartoe behoren andere vioolconcerten met programmatische inhoud zoals La tempesta di mare, Il piacere en La caccia. Giuliano Carmignola/Marcon, Biondi en Huggett/Kraemer zijn dan de eerst aangewezenen. Men kan bijvoorbeeld vrij chauvinistisch voor een Nederlander (m/v) kiezen. In dat geval komen Marieke Blankestijn, Janine Jansen, Rudolf Koelman, Jaap Schröder of Jaap van Zweden in aanmerking. Jansen heeft het voordeel dat haar opname het beste klinkt en dat ze een superkleine bezetting van een stem per partij plus een niet steeds goed hoorbaar afwisselend klavecimbel/kamerorgel continuo naast zich heeft. Stilistisch is er best wat op het geheel aan te merken (frazering, pizzicati, rubati) maar ala. Wie het leuk vindt ook de sonnetten (Italiaans/Engels) te horen voordragen, moet liefst bij Von der Goltz zijn. Die Zonder diep in het geheime laadje met clichés te gaan zoeken naar nog weer andere omschrijvingen en kwalificaties voor de vele uitvoerenden, lijkt het verstandiger slechts diegenen te memoreren die tenslotte komen bovendrijven. Ook is er de mogelijkheid om in elk concert een andere solist in te zetten. Dan komt vooral de bruisende combinatie van Stern/Zukerman/Mintz/Perlman in aanmerking. Bij de vertolkingen op ‘traditioneel’ instrumentarium zijn dat vooral Anne Sophie Mutter/Trondheim, Salvatore Accardo (die elk concert op een andere Strad speelt), Joshua Bell en Thomas Zehetmair in aanmerking. Op ‘authentiek’ gebied zijn het voorop Carmignola/Marcon, het kwartet Stefania Azzaro, Mauro Lopes Ferreira, Antonio de Secondi en Francesca Vicari onder Rinaldo Alessandrini en de zijnen, Enrico Onofri en Nils-Erik Sparf die letterlijk de toon aangeven. Komen we aan de arrangementen, die zeker voor luisteraars die wat uitgekeken zijn op voortdurende herhalingen van min of meer hetzelfde interessant kunnen zijn. Horenswaard is allereerst de ietwat bizarre omzetting door de onder andere zelf oot mooi musette spelende Nicolas Chédeville (1705-1782) tot Le printemps ou Les saisons amusantes: Concertos d’Antonio Vivaldy. Te horen van het Palladian ensemble dat is samengesteld uit Pamela Thorby (blokfluit), Rachel Podger (viool), Susanne Heinrich (viola da gamba), William Carter (aartsluit, theorbe, gitaar), Nigel Eaton (draailier), Richard Egarr (klavecimbel/orgel) en Jean-Pierre Rasle (musette). ‘amusante’ en hoogst virtuoos klinken de overbekende werkjes op deze licht vervreemde manier zeker. De zogenaamde Dresdense versie van Federico Guglielmo blijft vrij dicht bij het origineel, is alleen gezet voor strijkers èn blazers; De Manchester versie die Fabio Bondi bij L’Europe galante gebruikt, is gestoeld op de partijen uit een manuscript dat blijkbaar ooit toebehoorde aan kardinaal Ottoboni, de invloedrijke mecenas van Corelli en dat verder teruggaat dan de eerste gedrukte uitgave uit 1725. Groot zijn de onderlinge verschillen bepaald niet. Een weer andere optie bieden Lara St. John en Gidon Kremer/Kremerata Baltica. Zij namelijk combineerden de Vivaldiconcerten met de dito Cuarto estaciones porteñas van Astor Piazzolla. Een andere oplossing is ook interessant. Réka Szilvay voert namelijk ook Between Seasons op. 7 van de Finse componist Jaakko Kuusisto (1974) uit, met deeltjes als ‘Meidag’, ‘Wind en water’, ‘Eerste sneeuw’ als intermezzi van Vivaldi’s werk. De Fluit- en Blokfluitversies van James Galway en Dan Laurin blijven dicht in de buurt van het origineel, afwijkender is al wat Marion Verbruggen met gelijkgestemden ondernam. Waarvan Vivaldi zelf waarschijnlijk zelfs nooit heeft gedroomd, zijn bewerkingen gitaartrio of –duo. Wat het Zweedse duo Progetto avanti op Finlandia laat horen is voor een keertje aardig. Minder geslaagd is het om de concerten in een reductie voor 2 piano’s door Fernando Corvisier en João Carlos Martins te horen. Net zo weinig authentiek, maar best de moeite klinkt het Amsterdams gitaartrio. De elektrische gitaren van Nicolas Meier & Co. zullen misschien jongeren aanspreken, maar dan liever het jazzy Jacques Loussier trio. Wat Terje Tønnesen en zijn makkers doen, is niet alleen stadsrumoer, maar ook slagwerk en ander instrumentarium toevoegen (hakkebord, bayan, tabla, tar, riqq, gitaar, Keltische vedel, Schotse doedelzakken en zelfs een synthesizer). Muziek uit multicultureel Verweghistan ontstaat zo. De veranderingen en aanpassingen worden echter op de spits gedreven door Red Priest in een bewerking voor blokfluit, viool, cello en klavecimbel met heel eigen verdere inbreng van geweerschoten, brokjes God save the Queen tot Caraïbische vakantiedromen. Gek, maar heel virtuoos en best muzikaal.
Conclusie
Een algemeen geldige conclusie is moeilijk te trekken. Bovenstaande beschrijvingen en de genoemde uitvoeringen geven hopelijk houvast. De eigen voorkeuren van uw beoordelaar? Liefst herhaalt hij op gezette tijden Zehetmair, Jansen en daarnaast Carmignola, Antonini en de zijnen en in een dolle bui Red Priest. Ongezien lijkt de dvd opname van Julia Fischer het sympathiekst.
Discografie
1939. Alfredo Campoli met het Boyd Neel orkest o.l.v. Boyd Neel. Pearl GEMMCD 9151.
1942. ? met het orkest van de Accademia di Santa Cecilia, Rome o.l.v. ?. ????
1947. Louis Kaufman met het Concert Hall orkest o.l.v. Henry Swoboda. Naxos 8.110297/8 (2 cd’s),.
1951. Werner Krotzinger met het Stuttgarts kamerorkest o.l.v. Karl Münchinger. Decca 436.523-2.
1955. Felix Ayo met I Musici. Philips 422.139-2.
1955. Manoug Parikian met het Philharmonia orkest o.l.v. Carlo Maria Giulini. Testament SBT 1155.
1959. Felix Ayo met I Musici. Philips 464.750-2.
1960. Luigi Ferro, Guido Mozzato, Edmondo Malanotte en Renato Ruotolo met de Virtuosi di Roma o.l.v. Renato Fasano. EMI 762.508-2.
1962. Denes Kovacs met het Boedapest symfonie orkest o.l.v. Lamberto Gardelli. Hungaroton CLD 4009.
1964. John Corigliano met het New York filharmonisch orkest o.l.v. Leonard Bernstein. Sony SMK 47624.
1969. Roberto Michelucci met I Musici. Philips 468.111-2.
1970. Alan Loveday, met de Academy of St. Martin-in-the-Fields o.l.v. Neville Marriner. Decca 475.7531.
1970. Jaap Schröder met Concerto Amsterdam. Harmonia Mundi HMA 190.5129.
1972. Michel Schwalbé met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 415.301-2.
1972. Konstanty Andrzej Kulka met het Stuttgarts kamerorkest o.l.v. Karl Münchinger. Decca 443.768-2 (2 cd’s).
1973. Szymon Goldberg met het Nederlands Kamerorkest. Philips 456.049-2 (2 cd’s).
1973. Piero Toso met I Solisti Veneti o.l.v. Claudio Scimone. Warner 2564-64373-2.
1975. Itzhak Perlman met het Londens filharmonisch orkest. EMI 769.046-2.
1977. Franz Josef Maier met het Collegium aureum. Duitse Harmonia Mundi 05472-77424-2.
1977. Alice Harnoncourt met Concentus musicus, Wenen o.l.v. Nikolaus Harnoncourt. Warner2564-69054-8 (2 cd’s).
1979. Yehudi Menuhin met Camerata Lysy o.l.v. Alberto Lysy. EMI 763.888-2.
1981. Gidon Kremer met het Londens symfonie orkest o.l.v. Claudio Abbado. DG 413.726-2.
1981 Joseph Silverstein met het Boston symfonie orkest o.l.v. Seiji Ozawa. Telarc CD 80070.
1982. Christopher Hirons, John Holloway, Alison Bury en Catherine Mackintosh met de Academy of Ancient music o.l.v. Christopher Hogwood. Oiseau Lyre 410.126-2.
1982. Pina Carmirelli met I Musici. Philips 410.001-2.
1982. Simon Standage met The English Concert o.l.v. Trevor Pinnock. Archiv 400.045-2, 474.616-2.
1982. Isaac Stern, Pinchas Zukerman, Shlomo Mintz en Itzhak Perlman met het Israel filharmonisch orkest o.l.v. Zubin Mehta. DG 419.214-2.
1983. John Holloway met de Taverner Players o.l.v. Andrew Parrott. Denon 38C37 7283.
1984. Anne Sophie Mutter met het Weens filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. EMI 747.043-2.
1985. Nils-Erik Sparf met het Drottningholm barokensemble. BIS CD 275.
1985. Itzhak Perlman met het Israel filharmonisch orkest. EMI 747.319-2.
1986. I Solisti Italiani. Denon 8850.
1987. Fabio Biondi met Concerto Italiano. Tactus TC 67220101.
1987. Salvatore Accardo met kamerorkest o.l.v. Bruno Canino. Philips 476.1716.
1987. Viktoria Mullova met het Europees kamerorkest o.l.v. Claudio Abbado. Philips 420.216-2.
1988. Monica Huggett met het Raglan barokensemble o.l.v. Nicholas Kraemer. Virgin 561.668-2.
1989. Nigel Kennedy met het Engels kamerorkest. EMI 556.253-2.
1989. Elizabeth Wallfisch met Fiori Musicali o.l.v. Penelope Rapson. Meridian CDE 84195.
1990. Grzegorz Cimoszko met het Warschau’s kamerensemble o.l.v. Marec Sewen. Pony Canyon PCCL 00086.
1990. Franco Gulli met het Orkest van het Teatro communale, Bologna o.l.v. Riccardo Chailly. Decca 448.225-2.
1990. Federico Agostini met I Musici. Philips 422.402-2.
1990. Chiara Banchini, Alison Bury, Elizabeth Wallfisch en John Holloway met de Taverner Players o.l.v. Andrew Parrott. EMI 754.208-2.
1990. Jaap van Zweden met het Combattimento Consort o.l.v. Jan Willem de Vriend. Fidelio 8841.
1991. Jörg-Michael Schwarz met het Connecticut Early Music festival ensemble o.l.v. Igor Kipnis. Chesky CD 78.
1993. Marieke Blankestijn met het Europees Kamerorkest. Teldec 8573-89097-2.
1994. Gil Shaham met het Orpheus kamerorkest. DG 439.933-2.
1994. Andrew Manze met het Amsterdams barokorkest o.l.v. Ton Koopman. Erato 4509-94811-2, Warner 0927-46726-2.
1995. Mariana Sirbu met I Musici. Philips 446.699-2.
1995. Florin Paul met de Hamburgse Solisten o.l.v. Emil Klein. Arte Nova 74321-27781-2.
1995. Iona Brown met de Academy of St. Martin-in-the-Fields. Hännsler CD 98.107.
1995. Enrico Onofri met Il Giardino armonico o.l.v. Giovanni Antonini. Teldec 4509-94566-2, 0630-14619-2.
1996. Gottfried von der Goltz met het Freiburgs barokorkest. Duitse Harmonia Mundi 82876-60158-2.
1994. Andrew Manze met het Amsterdams barokorkest o.l.v. Ton Koopman. Erato 4509-94811-2, Warner 0927-46726-2.
1996. Thomas Zehetmair met Camerata Bern. Berlin Classics BC 11521-2.
1997. Elizabeth Wallfisch met het Australisch Brandenburg orkest o.l.v. Paul Dyer. ABC Classics ABC 456.364-2.
1999. Giuliano Carmignola met het Venetiaans barokorkest o.l.v. Andrea Marcon. Sony SK 51352.
1999. Jaakko Kuusisto met de Virtuosi di Kuhmo. Ondine ODE 939-2.
1999. Anne Sophie Mutter met de Trondheim solisten. DG 463.259-2.
1999. Réka Szilvay met het Helsinki strijkorkest. Finlandia 8573-84714-2.
2000.Kyung-Wha Chung met het St. Luke’s kamersensemble. EMI 557.015-2.
2000. Gidon Kremer met Kremerata Baltica o.l.v. Gidon Kremer. Nonesuch 7559-79568-2.
2002. Stefania Azzaro, Mauro Popes Ferreira en Antonio de Secondi met Concerto Italiano o.l.v. Rinaldo Alessandrini. Naïve OP 30363.
2003. Fabio Biondi mrt Europa galante. Virgin 545.547-2.
2004. Janine Jansen met ensemble. Decca 475.6239.
2004. Nigel Kennedy met het Berlijns filharmonisch orkest. EMI 557.648-2.
2005. Monica Huggett met het Portland barokorkest. PBO.
2008. Joshua Bell met de Academy of St. Martin-in-the-Fields. Sony 88697-11013-2.
2009. Christina Day Martinson met Boston baroque o.l.v. Martin Pearlman. Telarc CD 80698.
2009. Lara St. John met het Simón Bolívar jeugdorkest o.l.v. Eduardo Martinet. Ancalagon ANC 134.
2011. Elizabeth Blumenstock met het Philharmonia barokorkest o.l.v. Nicholas McGegan. Philharmonia baroque PBP 03.
Met onbekende opnamedatum
….. Salvatore Accardo met I Solisti di Napoli. Philips 422.065-2, 442.393-2.
….. Béla Banfalvy met het Boedapest Strijkorkest o.l.v. Karel Botvay. Laser 15518, Capriccio 49087 (5 cd’s).
….. Iona Brown met de Academy of St. Martin-in-the-Fields o.l.v. Neville Marriner. Philips 420.482-2.
….. Thomas Brandis met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. DG 427.851-2.
….. Carlo Chiarappa met de Accademia Bizantina. Denon CO 75352.
….. Giulio Franzetti met het Solistenensemble van de Scala, Milaan o.l.v. Riccardo Muti. EMI 569.873-2.
….. John Holloway met de Grande Écurie et la chambre du roy o.l.v. Jean-Claude Malgoire. Sony SK 47662.
….. Vaclav Hudecek met de Virtuosi di Praga o.l.v. Leonid Kogan. Supraphon SU 1599-2.
….. Rudolf Koelman met het Zürichs strijkersensemble. ARS Produktion 368.347.
….. Sigiswald Kuijken met La petite bande. Sony 60711.
….. Jane Lamon met Tafelmusik, Toronto. Sony SK 48251.
1998. Anthony Marwood met het Schots Kamerorkest o.l.v. Nicholas McGegan. Classic FM 75605-57045-2, BMG 75605-570452.
….. Takako Nishizaki met de Capella Istropolitana o.l.v. Oliver Dohnanyi. Naxos 8.550056.
….. Elmar Oliveira met het Los Angeles kamerorkest o.l.v. Gerard Schwarz. DelosDE 3007.
….. Janos Rolla met het Franz Liszt kamerorkest. Hungaroton HCD 12465/6 (2 cd’s).
…. Vladimir Spivakov met de Moskouse Virtuozen. BMG 74321-24706-2.
….. Isaac Stern met het Kamerorkest van het Jerusalems Muziekcentrum. Sony 66472 (2 cd’s).
….. Henry Szeryng met het Engels Kamerorkest. Philips 432.215-2.
….. Christopher Warren-Green met het Philhsarmonia orkest o.l.v. Wilbrandt. Philips 432.625-2.
….. Pinchas Zukerman met het Engels kamerorkest. CBS 78225 (2 lp’s).
Music minus one (zonder solist)
….. Poolse Kamerfilharmonie o.l.v. Davidov. Ars Musica PA 9055.
Manchester versie
1991. Fabio Biondi met L’Europe galante. Opus 111 OPS 56-9120, Naïve V 51112.
Dresdense versie
2001. Federico Guglielmo met Arte dell’Arco ensemble. CPO 777.037-2.
Versie met gesproken sonnetten
1995 Arnie Roth en Patrick Stewart met Music anima. American Gramaphone AGCD 801.
2011. Robert Atchison en Michael Gambon met het Altamira kamerorkest. Guild GMCD 7375.
Versie met stadsgeluiden en slagwerk
2005. Terje Tønnesen met het Noors kamerorkest. Simax PSC 1247.
Bewerking voor solistenmix Chédeville
1997. Palladian ensemble. Linn CKD 070.
Versie Red Priest
2004. Red Priest. Red Priest RP 003.
Bewerking voor blokfluit en strijkorkest
1986. Michala Petri met het Guildhall strijkersensemble o.l.v. George Malcolm. RCA RD 8656.
2005. Dan Laurin met Arte dei suonatori. BIS SACD 1605.
Bewerking voor blokfluit en blokfluitkwartet
1996. Marion Verbruggen met het Vlaams blokfluitkwartet. Harmonia Mundi HMU 90.7153B.
Bewerking voor fluitensemble
….. Weense Fluitisten. Orfeo C 311931.
Bewerking voor fluit en strijkorkest
….. Jean-Pierre Rampal met het Franz Liszt kamerorkest o.l.v. Janos Rolla. Sony 53105.
1976. James Galway met I Solisti di Zagreb. RCA GD 60748.
1996. János Bálint met het Szasz kamerorkest o.l.v. Zoltan Tuska. Hungaroton HCD 31661.
Bewerking voor koperblazers
….. Canadian Brass. Sony SK 42095.
Bewerking voor harp en orkest
….. Yolanda Kondonassis met het Symfonie orkest van Vlaanderen o.l.v. Rudolf Werthen. Telarc CD 80523.
Bewerking voor 2 gitaren en strijkorkest
1998. Max Gossell en Hakan Frennesson met Progetto avanti. Finlandia 3984-25326-2.
Bewerking voor elektrische gitaarensemble
2003. Nicolas Meier met het Modern guitar ensemble. Centaur CRC 2686.
Bewerking voor jazz trio
1997. Jacques Loussier trio. Telarc CD 83417.
Bewerking voor gitaartrio
1982. Amsterdams gitaartrio. RCA 09026-61652-2.
Bewerking voor 2 piano’s
1989. Fernando Corvisier en João Carlos Martins. Labor LAB 7018.
Video
1974. Anne Sophie Mutter met het Berlijns filharmonisch orkest o.l.v. Herbert von Karajan. Sony SVD 46380 (dvd).
1989. Nigel Kennedy met het Engels Kamerorkest. EMI 492.498-9 (dvd).
2004. Julia Fischer met de Academy of St. Martin-in-the-Fields o.l.v. Kenneth Silito. BBC Opus Arte OA 0818D (dvd). |
tucsonmeds.info
pharmaceutica diary info
medic axne
eamea med info site
